Zwanen, koninklijke vogels die veel vragen oproepen

Ik beantwoord wel eens vragen die via deze website binnenkomen bij de redactie, welke lezers stellen over de natuur. Het is mij opgevallen dat er door deze lezers erg veel vragen worden gesteld over zwanen. Daarom wil ik deze column speciaal wijden aan deze grote sierlijke vogels. De vragen zijn bijna altijd gericht gesteld over de knobbelzwanen, zo goed me voorstaat één keer over de zwarte zwaan. Ik wil de zwanen die hier jaarlijks waar te nemen zijn hierin betrekken. Daarbij ook de zwarte zwaan welke hier eigenlijk niet thuis hoort, maar wel steeds meer als ingevoerde broedvogel waar te nemen is.

 

Grote platpoten


Knobbelzwaan

Er komen op onze aarde slechts acht soorten zwanen voor. Hiervan kunnen we vier soorten als broedvogel, of als wintergast in onze omgeving waarnemen. De helft dus, maar hoort de zwarte zwaan daar wel echt bij. In de meeste nieuwe vogelgidsen staat hij wel vermeld. Bijna alle vragen zijn gericht op de knobbelzwaan. En er zijn soms moeilijke bij, zoals hoeveel pennen heeft een zwaan. Het grootste aantal zijn de armpennen, dat varieert van 22 tot 28. Als handpennen zijn er 11. Dan heeft een knobbelzwaan nog 20 tot 24 staartveren. Een knobbelzwaan is een grote en zware vogel. Een volwassen mannetje kan tegen de twaalf kilo wegen, vrouwtjes zijn kleiner en wegen zo rond de negen kilo. Aan de hand van het gewicht kun je nagaan dat het een geweldige vogel is. De lengte van het lichaam bedraagt 1,25 tot 1,55 meter. De spanwijdte, dat is als ze vliegen, gemeten tussen de vleugeltoppen, ligt tussen de 2,00 en 2,40 meter. Ik heb ook grotere getallen gelezen, zowel de grootte van het lichaam als de spanwijdte, maar er wordt ook wel eens wat overdreven. Wie een knobbelzwaan in de vlucht wil zien zou naar het "Natuurmuseun Fryslân" in Leeuwarden moeten gaan, daar hangt er een in volle vlucht. Als je daar onder staat zie je echt hoe groot die wel is. Een vrouw dacht laatst dat het een Albatros was, maar dan komt er nog royaal een meter bij. Als ze opstijgen uit het water trappen ze eerst een eind mee door en over het water, net een vliegtuig wat de lucht in gaat. En dan zie en hoor je ze met een zoevende vlucht. En vooral als er een groep zwanen vanuit het water het luchtruim kiest is het een gekletter met al die grote platpoten op het water, en dan het geruis van al die vleugels, een schitterende beleving.

 

Echte Wilde zwanen?

Maar zijn onze knobbelzwanen wel echte wilde zwanen? Eigenlijk niet. Het zal geen wonder mogen zijn dat deze sierlijke vogels al heel lang geleden getemd werden, en in gevangenschap in parken en hofvijvers werden gehouden. Het dons, vooral van de jonge vogels was zeer gewild, daar zat een levendige handel in. Door boeren werden voor dit doel knobbelzwanen gehouden welke geleewiekt werden, zodat ze er niet vandoor konden gaan. De grote pennen werden vaak gebruikt om er mee te schrijven. In de zestiger jaren van de vorige eeuw werd de vraag naar dons steeds minder, zodat het houden van grote aantallen zwanen afnam. Ze werden niet meer geleewiekt, en namen de biezen. Voor die tijd was er maar een enkel broedgeval van ontsnapte vogels in de vrije natuur, maar zo'n vijftig jaar geleden namen de aantallen vrij broedende zwanen toe. De vrij broedende knobbelzwanen in West Europa zijn niet schuw. Je kunt ze tot vlakbij benaderen. Echte wilde knobbelzwanen komen meer in Oost Europa voor. Daar zijn het schuwe vogels. Hun kleur is ook witter dan onze verwilderde. Daar leven ze in afgelegen, rustige gebieden. Het komt wel voor dat een echte wilde een paar vormt met een verwilderde. Onze knobbelzwanen zijn standvogels.

 

Zwarte knobbel


Nest Knobbelzwaan

De naam hebben ze te danken aan de zwarte knobbel die ze op de verder oranje gekleurde snavel dragen. Verschil tussen het mannetje en het vrouwtje is er nagenoeg niet. Wel is het mannetje groter en forser, maar dat is moeilijk waar te nemen in het veld. Ook is de knobbel van het mannetje wat groter, maar ook daaraan is het moeilijk om een oordeel te vellen of het gaat om een mannetje of een vrouwtje. Het grote nest, meestal aan een slootkant of in een rietkraag, kan tot acht grote, langwerpige, lichtgroene eieren bevatten. Meestal zijn dat er vijf tot zeven. Vijf weken is de broedtijd, maar het kunnen er ook een of twee dagen meer of minder zijn. Het vrouwtje broedt het grootste deel van die tijd. Het mannetje neemt haar taak over als het vrouwtje het nest verlaat om voedsel te zoeken wat meestal bij nacht gebeurt. De knobbelzwanen in ons land zoeken hun voedsel voor het grootste deel in ondiep zoet water, tot bijna anderhalve meter diep. Buiten ons land zie je ze vaak in ondiepe baaien op zee hun voedsel zoeken. Vaak zie je ze drijven met hun lange hals die tot de bodem reikt, waarvan ze plantaardig voedsel tot zich nemen. Is het wat dieper dan gaan ze soms net zoals eenden op de kop in het water staan om juist nog even verder te reiken. Is het nog dieper dan gaan ze met hun grote platpoten een op en neer gaande beweging in het water maken waardoor er een stroming op gang wordt gebracht, waarmee de losse materie van de bodem omhoog komt, waar ze het voor hen eetbare uithalen. Zo kunnen ze het voedsel wel vanaf twee meter diepte naar boven halen. Beide manieren, op de kop in het water staan, en het watertrappen worden wel grondelen genoemd. Het voedsel wat ze zoeken is plantaardig. Er wordt wel gesuggereerd dat ze ook schelpdieren of ander leven tot zich nemen, maar bij dode vogels waarvan de maaginhoud werd geïnspecteerd is dat nooit bewezen. Ze eten een grote verscheidenheid aan planten, zowel in het zoete of het zoute water, naar gelang de streken waar ze voorkomen en wat er groeit.

 

Veel slachtoffers


Zwarte zwaan

Een vaak gestelde vraag is, hoe oud worden zwanen. Gemiddeld is dat niet oud. Van alle jonge zwanen die uit een ei zijn gekropen is er na een half jaar nog iets meer dan een derde deel over. Na een jaar is dat nog een vierde deel. Verreweg de meeste volwassen vogels sterven in de winter aan voedselgebrek, een hongerdood dus. Verder vallen er veel slachtoffers doordat ze tegen hoogspanningskabels vliegen, in botsing komen met een trein of auto, of met een snel varende boot. Ook sterven er heel veel door voedselvergiftiging, vooral botulisme. Door ringonderzoek is vastgesteld dat enkele knobbelzwanen in de vrije natuur een leeftijd van 21 jaar haalden. In gevangenschap zullen ze vast ouder kunnen worden. Waar zwanen broeden, verdrijven ze andere vogels uit hun omgeving. Ook menen boeren wel schade te ondervinden van zwanen op hun landerijen, vooral doordat ze van het gras, of graan wat pas uit de grond komt eten. Omdat sommigen menen dat er te veel komen worden de eieren behandeld zodat ze niet uit zullen komen. Hiervoor is wel een vergunning nodig. Er gaan verhalen dat zwanen een mens kunnen aanvallen, dat ze met hun vleugel wel een arm of been kunnen stukslaan. Bewijzen aangaande de waarheid daarvan heb ik nog nooit gehoord nog gelezen. Ik geloof het ook niet. Vooral in de broedtijd beschermen de vogels hun nestgebied. Het mannetje komt dan aanzwemmen waarbij hij de vleugels omhoog trekt. Dan lijkt hij nog groter. Wat is het dan een schitterende vogel met zijn S vormige zwanehals. Meestal blijft het bij dreigen. Soms kan het mannetje de oever opkomen, buigt zijn kop naar beneden en maakt een dreigend sissend geluid. De meeste indringers hebben dan voldoende ontzag en gaan al achteruit.

 

Doortrekkers


Wilde zwaan

Als wintergasten en doortrekkers uit het noorden kennen we in ons land de Wilde en Kleine zwaan. Een Wilde zwaan is ongeveer even groot en zwaar als een Knobbelzwaan, maar heeft meer een rechte hals. Een Kleine zwaan is aanmerkelijk kleiner en heeft een kortere hals. De leefwijze van beide soorten is ongeveer gelijk aan de Knobbelzwaan. Ook het voedsel is plantaardig wat ze op dezelfde manier uit het water zoeken. De Kleine zwaan is meer aan zoet water gebonden dan de wilde. Beide soorten hebben een helgele tekening op de snavel waar die bij de Wilde zwaan wigvormig is, en groter dan bij de Kleine zwaan. Het broedgebied van de Wilde zwaan ligt vanaf midden Zweden en verder op de toendra's naar het noorden en oosten, en op IJsland. Maar de laatste jaren zijn deze vogels in Zweden steeds zuidelijker gaan broeden, en ook in grotere aantallen. De broedgebieden van de Kleine zwaan liggen noordelijker waar ze elkaar overlappen, op Nova Zembla en verder naar het oosten. Wat de houding en leefwijze aangaat is de Zwarte zwaan gelijk als de Knobbelzwaan. Van oorsprong komen ze uit Australië, al komen ze ook door heel Nieuw Zeeland in het wild levend voor. Maar ook daar zijn ze in het verleden, in 1864 door de mensen ingevoerd. Zwarte zwanen zijn wat kleiner dan knobbelzwanen, hebben een rode snavel en witte pennen, die in de vlucht duidelijk uitkomen. Als ze zwemmen lijken ze geheel zwart. Als parkvogels werden, en worden ze nog veel gehouden. Uit gevangenschap ontsnapt, broeden ze in de vrije natuur in Engeland, IJsland, Polen, Duitsland, en in ons land. Ook in Friesland kunnen we ze regelmatig tegen komen, en vaak zie je ze zwemmen en voedsel zoeken langs de Afsluitdijk op het IJselmeer. Het is een vogel die zijn leef en broedgebied steeds verder uitbreidt, net zoals de blanke mens dat in het verleden in hun thuisland, Australië heeft gedaan.

 
Hans Baron (september 2005)

«« terug naar overzicht« vorige columnvolgende column »