Zijn ze vroeg . . . of zijn ze laat?


Madeliefjes

Het is nog net de eerste helft van januari. Als ik zou gaan tellen zou ik wel op meer dan een paar honderd Madeliefjes komen die in bloei staan in het korte gras rond ons huis. Zij zijn niet vroeg, maar ook niet laat. Madeliefjes bloeien bij ons het hele jaar door, tenminste als het niet vriest. Een nachtvorstje kunnen ze doorstaan, maar als het echt gaat vriezen, laten ze het afweten. Maar als na de vorst de grond weer zacht wordt zijn ze er zo weer. Wij gebruiken beslist en bewust geen kunstmest. In het voorjaar is het een lust, dan staat ons erf bijna wit van de Madeliefjes. Maar die staan niet als enigen in bloei. Ook staan de eerste Judaspenning al in bloei, maar de bloempjes zijn klein. Ik denk wanneer ze bloed in de aderen zouden hebben, dan zouden staan bibberen vanwege het gure weer. Maar de Judaspenning is wel vroeg, het zijn geen late bloeiers meer van het vorige seizoen. De Dagkoekoeksbloem staat ook met kleine bloempjes te rillen van de kou. Deze zijn het hele jaar door in bloei te vinden, al zijn het maar enkele. Maar ook deze laat het in een vorstperiode voor gezien. De Witte dovenetel vond ik ook op verschillende plaatsen, ook op het Kornwerderzand aan de Afsluitdijk.

 

Laat ze toch . . .


Bontbekplevier

Als ik onderweg ben mag ik graag zo af en toe even uit de auto stappen en rond kijken wat er zoal leeft, vliegt, groeit en bloeit en wat er zoal zwemt op het water. En zo zwommen er een beetje in de luwte van het aangelegde eiland Kornwerderzand vooral veel Kuifeenden. Ik was er vroeg, het was nog wat schemerig, maar ontwaarde tussen de Kuifeenden toch Toppereenden. Moeilijk om ze in die slechte omstandigheden te onderscheiden. De Grote zaagbekken waren beter te zien tussen de andere eendensoorten, vooral paartjes Wilde Eenden en ook heel mooi een aantal Tafeleenden. Ik zou niet graag met die naam door het leven willen gaan. Te gevaarlijk en daarom te verleidelijk voor jagers die graag een eendenboutje willen. Ze schijnen lekker te zijn, vandaar die naam. Maar nee, laat die beestjes toch leven. Het water in het IJsselmeer staat wel bijzonder hoog. En ook op de dag dat ik er ben komt er nog meer regen bij. Maar weer of geen weer, ik vind het schitterend om op zo’n gure winterse dag zo in de natuur te zijn. Ik heb één jas aan, maar er liggen nog drie in de auto. Altijd ligt er ook een tas met droge kleren.. . Dat hoort bij mijn vaste uitrusting.

 

Geen krimp

Het was in de herfst toen we eens met een groepje naar het Noorderleeg waren. Friesland Buitendijks. De weervoorspelling was slecht en we hadden nog maar net de auto achter gelaten op de zeedijk, of daar vielen de eerste regendruppels al. We waren stoer en gingen door, maar zo langzamerhand drong het water steeds meer door de kleren. Maar als je dan een Slechtvalk ziet - en dat was het geval - dan maakt dat alles weer goed. Je vergeet dat je plunje wel steeds meer doorweekt gaat worden. Vooral de boze wind was er mede schuldig aan. Maar mensen die echt van de natuur houden geven geen krimp en we waren al een mooi eind onderweg en gingen door. Het werd eb. Op de slikken zagen we grote aantallen waadvogels van klein tot groot en dat waren dan van Pleviertjes en Strandlopers tot Wulpen en Ganzen. Toen we tegen het middaguur terug kwamen bij de auto’s waren we tot op het vel toe nat. We waren koud, de harde, koude herfstwind wist niet van bedaren. Er werd besloten om maar zo snel mogelijk naar huis te gaan. Nee, ik niet. Ik heb brood bij me en droge kleren, ik ga het veld vanmiddag weer in. En zo geschiedde het.

 

De stoel stond klaar


Wulp

De anderen zijn afgedropen. Toen er niemand meer was heb ik me omgekleed. Alleen had ik geen droge laarzen want ook daar sopte het water in. Maar mijn schoenen in de auto waren nog wel droog.
Na het nuttigen van een paar koppen warme koffie en het meegenomen brood, ben ik eerst naar een oude aardappelkoopman in Het Bilt gereden. Ik kende de oude man. Hij kon zo mooi vertellen over de oude tijd waarin hij was opgegroeid. En dat dan in zijn Bilts dialect. Hij heeft heel wat meegemaakt in zijn leven. Toen ik er aankwam zat hij wat te doezelen in zijn eigen kamertje bij de warme elektrische kachel. De verhouding met zijn vrouw was niet geweldig. Ik had haar zien zitten in de kamer achter het raam en aan haar gewuifd. Zij stak haar hand op. Jammer dat zoiets moet gebeuren aan het einde van het leven.
De stoel stond voor me klaar, de man begon direct na een weerpraatje met zijn verhaal. Opgewarmd en geestelijk weer aangesterkt - en een tot weerzien - en een zak aardappelen ben ik weer vertrokken. Ik kon er weer tegen. Aangezien ik geen droge laarzen meer had, ben ik maar langs enkele plaatsen gegaan waar in het voorjaar Stinzenplanten groeien en bloeien. Vaak zijn daar in de herfst ook aardige soorten paddenstoelen te vinden. Ook nu met het aanhoudende vochtige weer. Er zijn veel mensen die het maar niks vinden in de kleistreken in het noorden van onze provincie. Ik denk daar heel anders over. Ik waardeer elk landschap. Ook in woestijnen vind ik het prachtig. Overal is natuurleven, zowel flora als fauna. En al zijn de omstandigheden om te overleven vaak moeilijk, alle leven wat er is heeft zich aangepast aan de omstandigheden van het kunnen. Anders was het er niet geweest.

 

Huisje, boompje, slootje

En dan moet ik vaak denken aan een bakkersvrouw in Zuid Limburg waar we als we in de buurt zijn ons brood halen en niet te vergeten de Limburgse vlaai. We hadden zo’n gesprek over Limburg en Friesland. Maar zij vond Friesland maar niks. En waarom niet was mijn vraag. Het zou er zo kaal zijn, eentonig en het waaide er altijd. Nee ze moest niks van Friesland hebben. Huisje, boompje, slootje zei ik, slootje boompje huisje? Ja, zoiets zou het zijn. Maar bent u er wel eens geweest vroeg ik. Nee, dat hoefde ze ook niet, ze wist er genoeg van. Ik kon haar mijn waardering over Limburg beter uitleggen. Toen we er later weer kwamen was ze volgens haar dochter nog steeds niet in Friesland geweest

 

Berenklauwen


Berenklauw

Maar ik ben vergeten dat ik het over planten had die in de winter wel eens tot bloei komen. Paardenbloemen willen in de winter ook wel eens tot bloei komen. Zo zag ik een paar weken geleden een paar in knop staan, de één brak al door. Je kon net de gele bloemblaadjes zien, maar verder zijn ze ook niet gekomen. Te koud, misschien ook te nat. Ze zijn weg gekwijnd.
Minder kordaat dan de Madeliefjes dus. Koolzaad hebben wij ook op ons erf, dat staat ook al een poosje in bloei en naar het lijkt zijn ze nog lang niet uitgebloeid. Het is afwachten als het straks eens goed gaat vriezen, hoe lang ze dan stand houden. Onderweg zag ik ook op enkele andere plaatsen Koolzaad in bloei. Dat was niet op het boerenland maar aan de randen van bermen. Dat zal aan de handen van de boer ontsnapt zijn. Ook aan mijn handen is het zaad ontsnapt, het is zo door de jaren heen op verschillende plaatsen op ons erf tot groei en bloei gekomen. Maar dat vind ik niet erg, als er maar ruimte blijft voor andere planten en die ruimte is er. Iedere plant heeft zijn eigen bezoekers aan insecten, ook het Koolzaad. Die insecten zijn erg nuttig voor de bestuiving. En wordt het Koolzaad te talrijk dan laten ze zich heel gemakkelijk verwijderen. Gewoon uit de grond trekken. Wel doen voor ze bloeien. Dan hoor ik dikwijls de klacht dat Berenklauwen - als je die eenmaal hebt - zo moeilijk weer te verwijderen zijn. Toch is dat heel gemakkelijk. Ik ben het er mee eens, als je één of een paar hebt, heb je binnen enkele jaren een heleboel. Om ze voorgoed te verwijderen laat je ze groeien tot ze bloemknoppen hebben en tegen de bloei aanzitten. Dan met een scherpe schop onder het maaiveld doorsteken. Die zal geen zaad meer vormen en er komt ook niet weer een nieuwe plant op de wortel uit de grond. Alleen kunnen er nog nieuwe planten van zaad wat nog in de grond zit uit de grond komen. Maar je kunt ze op deze manier sturen waar je ze wel en niet wilt hebben. In januari staat ook het Moederkruid nog in bloei. Ook deze vind je vaak als verwilderde planten in bermen en soms in open bossen. Maagdenpalm bloeit eigenlijk het hele jaar door. Als er niet een vorstperiode is, zijn er altijd in de winter wel een paar van die mooie blauwe bloemetjes aan de stengels te vinden. En in de loop van januari ontplooien de eerste knoppen van de Toverhazelaar zich en beginnen te bloeien. Ik zag ze voor midden januari al bij enkele huizen in bloei. Dit is een struik die hier beslist niet thuis hoort. Ik ben er niet voor om hier uitheemse soorten binnen te halen, maar ik heb gezondigd. Ik kon het niet laten ook een struikje te planten. Maar ik had wel een probleem om er één te bemachtigen. Ik kwam bij een tuincentrum en vroeg om een Toverhazelaar. Welke wil je hebben, was de vraag. Ik wilde de echte, maar het bleek, naar de man vertelde, dat er wel meer dan twintig rassen zijn. En dat vind ik juist het rare, dat er steeds meer rassen gekweekt worden. Een soort is een soort en daar mag je niet mee knoeien, is mijn oordeel. Het is vervalsing van de soort. Ik ben met een echte Toverhazelaar naar huis gegaan, tenminste dat hoop ik maar.

 
Hans Baron (maart 2012)

«« terug naar overzicht« vorige columnvolgende column »