Weer ging het mis

Ik had de zon aan de hemel willen zien stijgen op de dag van de zomerzonnewende. En in de avond weer zien verdwijnen achter de horizon. De 21-ste juni dus. Ik had de weerberichten steeds nauwlettend gevolgd, maar de kans op een mooie lucht zou er die dag niet zijn. Net zoals verleden jaar. Ach een dagje later zou ook geen probleem zijn. Dat werd verleden jaar ook een paar dagen later. Je ziet het verschil van een paar dagen natuurlijk niet, maar dat is er wel. Dan staat de zon niet meer boven de Noorderkeerkring en dan vind ik het toch niet echt meer.
Maar net zoals verleden jaar liet de zon, verscholen achter de wolken, zich ook nu niet zien in de prachtige kleurengloed zoals je dat zo vaak kunt waarnemen. Soms elke dag weer.
Maar een paar dagen wachten dus. Toen kwam de dag dat het misschien mogelijk zou zijn. Maar geen zonnewende meer. De zon was al weer op weg naar het zuiden, al weer een eindje verder van ons af. Wel waren de berichten dat het wat nevelig zou kunnen zijn, misschien mistig. Ik had geen geduld meer, ik zou maar gaan. Dus de wekker op drie uur gezet. Toen ik in de vroege morgen buiten eerst een kijkje nam hadden de weermensen gelijk gehad. Het was mistig. Toch zou ik gaan, ik had alles al in de auto gepakt. Ik had een mooi gebied uitgezocht waar ik over het water de zon zou zien opkomen. Tenminste? Hoop moet er altijd blijven. En dan zou ik in de avond aan de andere kant moeten zijn voor de ondergaande zon.

 

Vroege Haas

Nog maar nauwelijks een paar honderd meter onderweg zag ik het eerste levende wezen in de vroege morgen al. Een Haas – met gespitste oren in de mist zittend - op de inrit van een boerderij. Van mij kan dat. Ik zal geen poging doen om zo’n dier dood te rijden. Zulke mensen zijn er wel. Ik reed eens met iemand mee - ook op een vroege morgen - in Overijssel. In de tijd dat er nog veel wilde konijnen waren. Plots ging de chauffeur met een zwieper door de berm om een Konijn dood te rijden. Gelukkig mislukte het. Later probeerde hij het nog een keer, ook dat was mis. Dat was één keer en nooit meer. Met zo iemand hoef ik niet weer weg.

 

Maaien


Tureluur

Er is nog maar weinig beweging onderweg. Op de autoweg zie ik een enkele vrachtauto rijden. Zo kom ik langs een paar smalle weggetjes dicht bij de plek waar een vogelkijkhut aan het water staat. Dan is het nog een klein eindje lopen. De mist blijft hangen. Het geeft me geen hoop dat ik de zon in mooie kleuren op zal zien komen. Ach, de echte zonnewende is toch ook al voorbij. Ik moet nu wachten tot het volgende jaar.
Het is nog donker en in de mist zie ik niet ver. Toch lopen vlak voor de hut twee Lepelaars, druk maaiend met hun platte snavel door het water op jacht naar prooi. Dat bestaat uit klein leven wat zich in het ondiepe water ophoudt. Ik kan er een hele poos naar kijken. Die grote witte vogels met hun grote kuif lopend en al maar met hun kop naar links en rechts zwaaiend en maaiend, op de manier zoals de boeren vroeger met hun seis het gras maaiden. Maar dat is verleden tijd. Hoe moet je dat uitleggen aan de kinderen van vandaag de dag. Dat de boeren in vroeger jaren dezelfde oppervlakten aan gras met de hand maaiden. En daarna met hark en vork het tot hooi oogstten. Vele, vele dagen lang maaien, waar de loonwerker nu een paar uurtjes over doet. Die tijd is voorbij. Gelukkig? Ik weet niet.

 

Schadelijk


Lepelaar

Mijn Lepelaars raken uit het zicht, maar het wordt steeds lichter. Ik zie steeds meer, maar nog geen zon die door de mist prikt. Steeds waren er ook al ganzen dicht bij de hut, Grauwe ganzen. Zij zullen het moeten ontgelden. Dood geschoten worden door de jagers omdat zij gras eten bij de boeren op het land. Schadelijke vogels!!? Ik ontmoette een boer die ze allemaal maar dood wilde schieten. Dan houd ik me meestal maar stil. En toch zijn er boeren die er toch anders over denken. Zwanen zeggen ze, veroorzaken meer schade, maar die zijn er in mindere mate dan ganzen. Laat die beesten toch mooi hun gang gaan. Ze horen er ook bij. Doe dan maar een dubbeltje bij een pakje boter om de armoede bij de boeren te verzachten. Er zwemmen ook Wilde eenden. Hun achterste deel is meer boven water dan het voorste. Ze staan op de kop in het water om met hun snavel voedsel van de bodem te zoeken. Een mooi gezicht die bedrijvige vogels.

 

IJsselmeer


Fuut met jongen

Het wordt later in de morgen. En dan zie ik een wazige zon door de mist komen. Een teken dat hij er echt wel is. Ik ga naar een ander natuurgebied met de gedachte om op deze plek hier vanavond terug te komen. Dat om van de kleuren van de ondergaande zon te genieten, maar dan aan de andere kant van het water. Nog één blik over het kleine meer waar ik nu Kokmeeuwen zie zwemmen en Visdieven die over het water scheren, allemaal op zoek naar voedsel.
Ik ga door naar een natuurgebied aan de kust van het IJsselmeer. Ook hier zijn ganzen, weer Grauwe ganzen, maar ook veel Brandganzen. Die laatste horen hier nu niet meer te zijn. Ze zouden nu in het hoge noorden moet zijn om te broeden en hun jongen op te voeden. Daarna komen ze terug naar onze streken. Grauwe ganzen horen hier als broedvogels wel thuis. In het midden van de vorige eeuw waren ze door toedoen van de mensen door eierroof en jacht zo goed als uitgestorven. Maar door natuurbeschermers van Staatsbosbeheer en It Fryske Gea zijn ze met moeite terug gekomen. Maar als de plannen worden uitgevoerd zoals de bedoeling is, is de kans groot dat ze weer uit ons landschap verdwijnen. Ik begrijp dan ook niet dat een vogel of dier dat een beschermde status geniet, zo maar weer vogelvrij verklaard kan worden. Waarvoor dient dan een wet als dat zo gemakkelijk gaat. Waar zijn we eigenlijk mee bezig in onze samenleving.
In de verte drijven honderden Knobbelzwanen in twee groepen. Het is ver weg en met een gewone kijker moeilijk om vast te stellen hoeveel vogels het er bij benadering wel zijn. De telescoopkijker heb ik vandaag niet bij me. Ik heb meer dan genoeg aan mijn fotospullen. Als zwanen ruien kunnen ze een poosje niet of minder goed vliegen. Dan verzamelen ze zich met de jongen in grote groepen in open water. Toch wel een mooi gezicht. Niet vaak heb ik zo veel tegelijk gezien.

 

Kemphanen


Kemphaan

In de weilanden dwalen nog kleine groepjes Kemphanen rond. Ik zie anders niet dan mannetjes. Kemphanen zijn in aantal fors afgenomen. In deze tijd kun je er geen peil op trekken, maar in vroeger jaren waren er veel meer. Ik herinner ze me nog heel goed uit onze eigen omgeving. Verschillende keren heb ik met een schuiltentje bij een baltsplaats gezeten om foto’s of film te maken van de gevechten die de mannetjes leverden. Prachtig was dat, maar dat is nu verleden tijd. Op enkele plaatsen aan de IJsselmeerkust is dat nog wel te zien, maar ik heb het gevoel dat er dit voorjaar ook minder waren. Mannetjes blijven er de hele zomer wel over, ze leiden dan een zwervend bestaan. De vrouwtjes zetten na dat ze bevrucht zijn hun reis naar het noorden voort om daar te broeden. We zagen ze zelfs tot ver over de Poolcirkel, broedend aan de noordelijke kust van Noorwegen tussen de Noordkaap en de Russische grens. Een enkele bleef bij ons nog wel eens achter om hier te broeden, maar ik vraag me af of dat nu ook nog zo is. In deze omgeving zijn in deze tijd veel insecten, maar gelukkig geen stekende. IJsselmeermuggen werden ze vroeger wel genoemd, al hoor ik deze benaming nu niet meer. De zwaluwen weten ook van de grote hoeveelheden muggen die hier voorkomen. Ze scheren in grote aantallen door de lucht. Het gaat allemaal erg snel. Ook met een verrekijker is niet te zien hoe ze hun prooi vangen. Ze hebben hun snavel open staan als een trechtertje, waarin ze de muggen vangen. Boerenzwaluwen scheren vaak heel laag over de grond om hun prooi te vangen, Huiszwaluwen doen dat op een hoger niveau.
Gierzwaluwen doen dat nog hoger in de lucht. Zij vangen hun voedsel en kneden dat met speeksel samen tot een balletje om het zo hun kroost aan te bieden. Ze kunnen enkele honderden kilometers afleggen om zo voldoende voedsel te verzamelen. De jongen moeten daardoor soms lang op hun portie wachten, maar kunnen wel een paar dagen zonder eten. Ook kunnen ze wel afkoelen tot 21 graden. De eieren kunnen eveneens een koude periode doorstaan. Gierzwaluwen zijn echte bewoners van het luchtruim, ze eten in de lucht, zoeken hun voedsel in de lucht, slapen en paren ook in de lucht.
Nemen de Scholeksters ook in aantal af, hier zijn ze nog wel. Ook Tureluur en Kievit houden zich hier in mooie aantallen op. Nog een paar maand dan zullen ze naar het zuiden reizen, de Tureluur wat verder dan de Kievit.
Op het water zie ik een Fuut met twee jongen zwemmen. Ze zitten beide tussen de veren van de ouder. Af en toe komen de kopjes even door het verendek om hun nieuwe wereld te verkennen. Een mooi gezicht dat jonge leven, zo meeliftend met de moeder. Ik zag ook nog een Fuut op het nest. Futen kunnen soms nog heel laat tot broeden komen als hun eerste of tweede broedsel verloren hebben. Boeren jagen in sneltreinvaart door het land om het droge gras in pakken of rollen af te voeren.

 

Gele lis en Blauwe ossentong

Tegen de avond keer ik terug naar het gebied waar ik in de vroege morgen ook was. Was het vandaag voor het grootste deel zonnig, nu zijn er weer wolken aan de hemel. Wat begon met mooie stapelwolken, is nu overgegaan in een dicht bewolkte hemel. De weergoden zijn me niet gunstig gezind vandaag. Ook nu zal ik de zon weer niet onder zien gaan. De beide Lepelaars zijn weer aan het maaien in het water, maar nu voor mij aan de overkant. Zijn het overigens wel dezelfden? Er zijn minder ganzen, maar dichterbij wel een Grote zilverreiger. Aan de waterkant staan Gele lissen prachtig in bloei. Verder op de oever staat de Blauwe ossentong. Op een bankje zit een man zijn krant te lezen. Kun je een mooiere plek bedenken, zo rustig in de vrije natuur?

 
Hans Baron (september 2011)

«« terug naar overzicht« vorige columnvolgende column »