Wat was ik blij


Keizeramaniet

Nooit had ik durven dromen dat ik nog eens een keizeramaniet zou vinden. Maar toch, daar stonden er twee en toen ik even rondkeek, zag ik er nog een. Ik begon te zingen; gek toch, ben ik de zeventig al gepasseerd en ga ik zingen als je zo’n paddenstoel vind. Niet een van de drie was helemaal gaaf, ze waren waarschijnlijk door slakken aangevreten. Dat kon ik me voorstellen, want deze soort wordt beschreven als één van de lekkerste paddenstoelen. Ik kan daar niet over meepraten, omdat ik geen paddenstoelen pluk om te eten, dat vind ik zonde. Je belet daarmee dat het vruchtlichaam de sporen kan verspreiden. Ook kan je het mycelium beschadigen als je ze uit de grond trekt. En als een slak ze dan opvreet? Daar heb ik geen moeite mee. Wanneer een slak, een ree, hert of wild zwijn ze opvreet – muizen en konijnen kunnen dat ook doen – vind ik dat helemaal niet erg. De sporen gaan weliswaar door het lichaam van het dier, maar ze kunnen er tegen en worden op die manier verspreid. In de natuur is alles op elkaar afgestemd en profiteert het ene van het andere. De zwam is voedsel voor het dier, het dier verspreidt de sporen voor de zwam.

 

Keizeramaniet: de lekkerste

Dat keizeramanieten lekker zijn, wist men in het verre verleden al. Aan het hof van de Romeinse keizers werden ze reeds gegeten. Daar komt ook de naam vandaan: een keizerlijke lekkernij. Keizer Nero was overigens minder fortuinlijk. Ook hij at paddenstoelen, maar in plaats van een keizeramaniet te eten, werd hij vergiftigd met een groene knolamaniet. Tenminste, zo gaat het verhaal. Of dit met opzet is gebeurd, is niet met zekerheid bekend.
Dat er drie keizeramanieten dicht bij elkaar stonden, komt waarschijnlijk doordat ze op hetzelfde mycelium groeiden. Soms kan zo’n zwamvlok een groot stuk grond bestrijken. Een paar dagen later vond ik nog enkele aangevreten keizeramanieten. Zo te zien waren ook hier slakken aan het werk geweest en had de natuur zelf deze beschadigingen veroorzaak. Zelfs de stelen waren, evenals bij de vorige drie, beschadigd. Dat vind ik nu juist mooi en ik heb er een hele serie foto’s van gemaakt. Want je weet niet of je ooit weer de gelegenheid krijgt om deze voor ons zo bijzondere soort te vinden. Keizeramanieten groeien niet in ons land, daarvoor moet je wel naar een zuidelijk land zoals Italië, het zuiden van Oostenrijk en Zwitserland.

 

Groene knolamaniet: de giftigste


Kleverige knolamaniet

De groene knolamaniet, die keizer Nero voorgezet werd, is op veel plaatsen in ons land aanwezig. Het is één van de giftigste paddenstoelen, zo niet de meest giftige. Dat laatste durf ik niet met zekerheid te zeggen want ook de kleverige knolamaniet is zeer giftig en bevat ongeveer dezelfde gifstoffen als de groene. Voor beide soorten geldt dat, na het eten ervan, je leven voorbij is, tenzij je heel snel in een ziekenhuis wordt geholpen. Tegen de gifstoffen, die de nieren en lever aantasten, is nog geen tegengif gevonden.
Ondanks dat er in ons land weinig mensen zijn die paddestoelen uit de natuur eten, overlijdt er af en toe iemand na het eten ervan. Deze herfst gebeurde dat in Limburg, verleden jaar overleed een vrouw uit Zoutkamp. Zij had champignons verzameld in het Lauwersmeergebied. Op de dag dat ze dat deed, was ik er ook, het gebied is zeer rijk aan paddestoelen. Ik heb ook een vermoeden waar ze geplukt heeft. Misschien heb ik wel met haar gesproken, als ik zo door de natuur trek maak ik vaak een praatje met de mensen die ik tegenkom. De pijn die een slachtoffer doorstaat moet vreselijk zijn. Het is beter en veiliger om maar wat champignons uit een supermarkt te halen.

 

Vergissingen

Hoe kun je je vergissen om in plaats van een champignon een groene knolamaniet te verzamelen en die voor consumptie te gebruiken? Vooropgesteld, paddenstoelen groeien niet volgens de plaatjes in de boeken. Ze kunnen heel verschillend zijn in vorm en kleur, grootte en standplaats. Groene knolamanieten groeien meestal in het bos, vaak ook langs paden. Weidechampignons groeien in meer open terrein, maar ook langs paden en open plaatsen in bos of heide. In onze eigen omgeving kom ik groene knolamanieten maar weinig tegen, in de IJsselmeerpolders heel vaak, in het Kuinderbos, het Voorsterbos en in Zuidelijk Flevoland. Ook in het Lauwersmeergebied zijn ze op verschillende plaatsen zeer talrijk, evenals in het Robbenoordbos direct over de Afsluitdijk. Daar zijn een aantal jaren geleden een paar Duitsers aan de dood ontsnapt doordat er op tijd geconstateerd werd wat ze hadden gegeten en ze snel naar een ziekenhuis werden gebracht.

 

Vergissingen voorkomen


Groene knolamaniet

Hoe kun je vergissingen voorkomen? Allereerst kan de plek waar ze groeien iets zeggen, maar niet altijd. Dan de vorm en de kleur, maar ook dat kan soms moeilijk zijn. Dat blijkt ook wel, want mensen die paddenstoelen uit de natuur eten zijn over het algemeen goede kenners. Vooral in Oost-Europese landen sterven elk jaar meerdere mensen door het eten van giftige paddenstoelen. Terwijl ze daar al generatie op generatie paddenstoelen verzamelen als voedsel. Dat zouden goede kenners moeten zijn, maar toch gaat het wel eens mis.
Groene knolamanieten zijn meestal wat olijfgroen, soms wat donkerder of lichter, geel of geelgroen, maar ook wel eens bijna wit. Er is zelfs een witte variëteit. Maar een heel duidelijk kenmerk zijn de plaatjes. Die van de groene knolamaniet zijn wit en kunnen alleen bij het ouder worden wat vuil worden. Bij de weidechampignon zijn de plaatjes altijd duidelijk roze, later bruin tot donkerbruin. Voor consumptie worden het liefst jonge exemplaren gebruikt, die nog in het velum, het vel, zitten en roze plaatjes hebben. Die roze plaatjes is een heel duidelijk kenmerk.
Dan is er nog de gele knolamaniet. Deze wordt bij het ouder worden lichter van kleur, lichtgeel, geelwit, soms tot vuilwit. Een weidechampignon wordt dan ook vuilwit tot licht geelwit, dat is dus wel verraderlijk. Beiden hebben een witte steel met een kraag. Een groene knolamaniet daarentegen heeft een knol op de plaats waar de steel uit de grond komt, maar die is niet altijd even duidelijk.
Ik denk dat veel vergissingen veroorzaakt worden door een te snelle beoordeling en door naderhand niet terdege te controleren. Ik meen dat ik direct het verschil kan zien tussen die verraderlijke soorten, maar ik ben me ervan bewust dat ik het ook menigmaal mis kan hebben. Een verkeerd oordeel hindert mij echter niks, want ik eet er niet van.

 

Eikenweerschijnzwam

Diezelfde dag in het Lauwersmeergebied vond ik een soort, die ik nog niet eerder had gevonden en die ook als zeldzaam staat beschreven: de eikenweerschijnzwam. De naam zegt het al, ze groeien als onregelmatige consoles op de stam van eiken. Wat ben ik dan blij, dat ik weer een zeldzame soort heb gevonden, die ik alleen maar uit de boeken ken en zo graag eens in het echt zou willen zien. En daar was hij dan! Dan ga ik met zorg voldoende foto’s maken, want misschien is dit de eerste en de laatste keer.

 

Verzamelen

De een verzamelt postzegels, een ander sigarenbandjes, lucifermerken of de meest vreemde dingen. Laat mij dan tientallen fotomappen vullen met zelfgemaakte foto’s van paddenstoelen, vogels, dieren, vlinders, planten, en insecten, ja alle levensvormen in de natuur, van luis en worm tot olifant en walvis. Ik heb al lang door dat mijn leven veel te kort zal zijn om hiermee klaar te komen. Ik zal vragen of ik het mag verlengen.

 
Hans Baron (januari 2011)

«« terug naar overzicht« vorige columnvolgende column »