Uit het nachtleven van Opsterland

Nachtvlinders houden van duisternis, diepe duisternis. Misschien wist u het niet, maar verreweg het grootste deel van alle vlinderleven speelt zich 's nachts af in de schemering, maar vooral in het donker.

 

50 soorten dagvlinders

Vlinders worden meestal geassocieerd met licht, sterker nog, de zon moet eigenlijk schijnen om ze te kunnen zien vliegen. Maar toch is het zo, dat er overdag maar een fractie vliegt, van wat er 's nachts aan vlinders actief is.
Om dat even met een paar getallen te illustreren: overdag zul je niet veel meer dan 50 verschillende soorten kunnen waarnemen; daarvan zit een aantal ook nog in heel speciale biotopen, die ziet de gemiddelde Nederlander dus helemaal nooit. Die zal zelfs dat aantal van 50 verschillende soorten wel nooit zien.

 

1500 soorten nachtvlinders


Grote beer

Maar nu 's nachts: hier in Friesland vliegen 's nachts zo'n 1500 verschillende soorten en er zijn plaatsen in Nederland waar dat er nog meer zijn. En dan zijn er soorten bij, die erg talrijk voorkomen.
In warme juni-nachten is het buitengewoon druk in de lucht, het wemelt van de nachtvlinders, maar wij zien ze niet. Hoewel, soms vang je er een glimp van op, als je op zo'n avond met je auto op stap gaat, dan zie je in de lichtbundel van je koplampen honderden witte vlekken, die langs je heen schieten of op je afschieten en onhoorbaar tegen de voorruit te pletter slaan; de volgende dag zie je een gelige, vettig streep op je voorruit. En soms zitten er 's avonds een paar op het keukenraam. Aangetrokken door het licht wat de hele avond heeft gebrand.
Toch krijg je zo geen goede indruk van wat er zich, verborgen door de duisternis, 's nachts afspeelt.

 

Nachtvlinders bekijken

Om de geheimen van het duistere nachtvlinderleven te ontsluieren hebben wij achter mijn huis op het grasveld een wit laken van zo'n 2 bij 2 meter verticaal tussen tentstokken gespannen. Daarvoor staat op 1,5 meter hoogte een lamp. Geen gewone lamp, maar een hoge-drukkwiklamp van 500 W, zo'n ding waar ze sportvelden en stadions mee verlichten en waar je niet in moet kijken, want dan zie je het eerste half uur niets meer.
De meest geschikte avonden heb je in juni en juli, wanneer het overdag warm is geweest; als de lucht dan 's avonds wat betrekt, blijft de warmte hangen en als het dan om een uur of elf donker begint te worden, is de temperatuur nog zo'n 20 graden. Als je de lamp aandoet, kun je al zien dat er nachtvlinders in de weer zijn. Je ziet al een paar vleermuizen, die boven ons grasveld op jacht zijn. En als de lamp na een paar minuten op temperatuur is gekomen, is het laken binnen enkele minuten al bedekt met honderden langpootmuggen en waterkevertjes, want ook waterkevers willen wel eens naar een andere sloot en vliegen gaat sneller dan zwemmen. Dat is meestal een goed voorteken. Als je in het begin van de nacht veel van dat soort beesten op je laken vindt, komen de nachtvlinders later vaak ook massaal aanvliegen.

 

Duizenden vlinders

Het vervelende van de zomertijd is, dat het zo laat donker wordt. Pas na elven wordt het echt donker en pas na één uur zijn alle nachtvlinders actief geworden. En op zo'n warme avond kom je er pas achter wat dat betekent.
De vlinders komen van alle kanten aanvliegen uit de duisternis, worden gevangen in het licht van de kwiklamp en gaan uiteindelijk op het laken zitten. Dat is dan niet meer wit, maar is veranderd in een bont gekleurd laken, waarop je oranje, rode en groene kleuren ziet. Iemand die dit nog nooit heeft mee gemaakt gelooft zijn ogen niet: de schijnbaar lege duisternis blijkt vol te zitten met vliegende torren, kevers en vooral: nachtvlinders die je in het donker nooit zult bemerken omdat ze keurig en geluidloos om je heen vliegen. Maar nu blijkt dat de lucht massaal gevuld is met vlinders die bij tientallen tegelijk rond de lamp cirkelen en op het laken neerstrijken.
Om u een indruk te geven: mijn topavond was enkele jaren geleden een warme avond in juni; je moest op afstand van de lamp blijven omdat de vlinders anders je ogen, neus en mond binnenfladderden, zo druk was het. Tellen was onmogelijk. Ik heb mijn diatoestel genomen en beide kanten van het laken op dia gezet. Later heb ik die dia geprojecteerd in de huiskamer en ben toen gaan tellen. Eerst een vierkante decimeter en dan extrapoleren voor het hele laken. Ik kwam toen uit op 7000 à 8000 vlinders op het laken. En dat op een laken van 2 bij 2 meter. En dan te bedenken dat er boven de lamp nog een hele zuil van vlinders rondcirkelde. Dit betekent dat de lucht op geschikte, dus niet te koude nachten, echt vol zit met nachtvlinders.
Ik vind het altijd wel aardig om eens te bedenken hoe dat er uit zou zien als het dagvlinders betrof die in dezelfde aantallen overdag zouden vliegen. Waarschijnlijk zouden we over een vlinderplaag spreken.

 

Opvallend licht

Overigens trekt zo'n felle lamp 's nachts ook andere belangstellenden aan. Er komen ook andere gasten op het laken: zo nu en dan arriveren er grote zwarte waterkevers en in mei moet je bij de lamp uitkijken, want de lamp trekt ook tientallen dikke meikevers aan, die, verblind door het licht, tegen je gezicht knallen.
Zo nu en dan hoor je iets in de struiken ritselen en komt een egel even langs. Het vervelendst zijn de katten die 's nachts rondlopen: als die doorkrijgen dat er allemaal dikke vlinders zitten, gaan ze die een voor een van het laken pakken en opeten. Maar ook mensen worden nieuwsgierig en komen vragen wat je daar aan het doen bent en of het allemaal wel pluis is. Daar moet je zeker rekening mee houden wanneer je in een natuurgebied gaat staan met de lamp. Dat is extra interessant, omdat daar weer andere, vaak bijzondere soorten voorkomen. Je hebt daar natuurlijk geen stopcontact, dus nemen we een generator mee die 220V levert. En dat lijkt natuurlijk uiterst verdacht, zo'n draaiende generator met felle lamp. Voor oom agent lijkt dat uitermate op stropers. En als de politie je dan, dwars door bramen en sloten, heeft beslopen, en dan, verblind door het felle licht, van jou hoort dat je nachtvlinders bestudeert, reken dan maar niet op al te veel begrip.

 

Opvallend uiterlijk


Nacht pauwoog

Laten we eens gaan kijken bij het laken welke vlinders er zijn gaan zitten. Ik zal u niet vermoeien met allerlei Latijnse namen
Mensen die denken dat nachtvlinders grijze, grauwe beesten zijn, moeten bijvoorbeeld eens een nachtpauwoog goed bekijken. Het dier is prachtig getekend met bruine, blauwe lijnen en vooral opvallend: grote felle oogachtige tekeningen op de vleugels. De mannetjes zijn overigens wat kleiner dan de vrouwtjes, maar het zijn toch vlinders met een spanwijdte van een centimeter of 8. En in het donker lijken ze altijd nog wat groter.
Waarom hebben nachtvlinders van die felle kleuren en contrastrijke tekeningen? Je ziet er 's nachts in het donker niets van en het speelt ook geen rol om elkaar op te zoeken. In het donker valt er weinig te zien. Toch zijn er opvallend veel nachtvlinders, die uitgerust zijn met fel roodwit getekende vleugels, of geelzwart, of op de achtervleugels grote schijnogen. De verklaring is simpel. Overdag houden nachtvlinders zich schuil. Sommige gaan tegen boomstammen zitten en zijn zo goed voorzien van camouflagekleuren, dat ze totaal opgaan in de achtergrond. Daar vertrouwen ze op. Maar worden ze door een vogel gevonden, dan houdt de bescherming op.
De fel gekleurde beesten hebben een andere strategie: als ze bedreigd worden spreiden ze bijvoorbeeld hun vleugels uit, waardoor die grote schijnogen groots zichtbaar worden. Een belager schrikt zich rot en denkt te maken te hebben met een groot beest met grote ogen en maakt zich uit de voeten. Dat kan de redding zijn voor deze nachtvlinder.
De zwartgele beesten lijken op stekende of giftige insecten zoals wespen: vogels herkennen die felle kleuren en laten deze nachtvlinders met rust.
Op allerlei manieren hebben nachtvlinders zich op die manier aangepast en het resultaat is een bonte verzameling kleuren op het laken.

 

Een gevoelige neus


Hageheld

Het blijft natuurlijk vreemd dat die nachtvlinders zich kunnen oriënteren in het donker.
Hoe komt zo'n nachtpauwoogmannetje ooit een vrouwtje tegen? Op het oog hoeft hij het niet te proberen, dat wordt niks in het donker. Als je hem goed bekijkt, dan heeft zo'n mannetje enorme voelsprieten op z'n kop; ze zijn wel 5 keer zo groot als z'n kop en bovendien geveerd of gekamd. In feite zijn het geen voelsprieten, maar vooral ruiksprieten. Vrouwtjes produceren een sexlokstof , die verdampt en de bedoeling is dat de mannetjes die lokstof opvangen en dan richting vrouwtje vliegen. Je kunt het goed vergelijken met dames die rondlopen met een wolk parfumgeur om zich heen. Alleen: dit werkt veel beter! Dit systeem is uitermate gevoelig: men heeft ontdekt dat mannetjes tot op 11 km afstand van een vrouwtje haar wisten te vinden. Kennelijk zijn enkele moleculen van die lokstof, feromonen genoemd, voldoende om hem de weg te wijzen.
Dat het systeem goed werkt blijkt uit het volgende verhaal: een kennis van ons had een rups van de nachtpauwoog van ons gekregen om die eens op te kweken. Dat ging prima, de rups verpopte en op een avond kwam er een nachtpauwoogvlinder uit, naar later bleek een vrouwtje. Hij deed hem in een weckfles met een stukje vitrage erover heen om haar te bewaren en mij te laten zien en zette haar in de keuken. Omdat het warm weer was stonden de ramen van de keuken open. Om een uur of elf hoorde hij opschudding in de keuken: kom gauw, riepen zijn kinderen, allemaal vlinders, zo groot als vleermuizen! Toen hij het licht aandeed, zag hij een onvergetelijk schouwspel: tientallen mannetjes van de nachtpauwoog waren op de lokstof van het vrouwtje afgekomen en cirkelden inderdaad als een soort vleermuizen in de keuken rond of zaten op de vitrage van de weckfles.
Tegenwoordig weten we, dat elke vlindersoort zijn eigen specifieke feromonen produceert. Ze laten zich daarbij niet door elkaar van de wijs brengen door andere geurstoffen. Men heeft wel eens zo'n wijfje tussen kamferballen verstopt; een afschuwelijke stank omringt zo'n beest. Voor de mannetjes was dat geen probleem, ze wisten haar feilloos te vinden.

 

OngeŽmancipeerde vrouwtjes

Nachtvlindermannetjes hebben dus veel aandacht en belangstelling voor de vrouwtjes, maar echt geëmancipeerd zijn de vrouwtjes niet. Een schrijnend voorbeeld is de witvlakvlinder: een mooi bruin beest met twee witte stippen. Het is het mannetje, het vrouwtje komt er zo bekaaid af dat ze niet eens vleugels heeft. Ze komt uit de pop, wordt bevrucht, legt eieren en gaat dood zonder zich meer dan een centimeter te verplaatsen. Bij andere soorten kunnen de vrouwtjes wel vliegen, maar voordat ze goed en wel uit de pop gekropen zijn en voor ze de vleugels hebben kunnen oppompen worden ze al door mannetjes gevonden en bevrucht. En bij een aantal soorten zit het achterlijf zo propvol eieren, dat ze nauwelijks kunnen vliegen.

 

OriŽntatie

De nachtvlinders gebruiken hun geur om elkaar te vinden. Maar hoe kan zo'n nachtpauwoog zich dan oriënteren, hoe weet hij waar hij heen vliegt en waarom komt hij op de lamp af?
Nachtvlinders hebben redelijk grote ogen. Net als bij andere insecten zijn het samengestelde ogen, het is een bolletje, bestaande uit tientallen afzonderlijke ogen die samen een soort mozaïekbeeld vormen. Men heeft ontdekt dat ze zich waarschijnlijk oriënteren met behulp van de maan of de sterren. Ze zijn in staat de hoek te meten tussen de richting van waaruit het licht van de maan komt en hun vliegrichting en proberen op hun reis die hoek constant te houden. Bij maanloze nachten gebruiken ze hier sterren voor. Het lijkt een beetje op de manier waarop trekvogels zich oriënteren.
Men heeft ook vermoedens dat ze gebruik maken van het magnetisch veld van de aarde om zich te oriënteren. Want diverse soorten kunnen ook bij een bewolkte lucht zich 's nachts in een vaste richting verplaatsen.
Omdat ze bij bijoorbeeld maanlicht een vaste hoek proberen vast te houden t.o.v. het licht van de maan, raken ze in de war wanneer ze in de buurt van mijn lamp komen. Ze proberen waarschijnlijk om ook daar die constante hoek vast te houden, maar dat betekent in de praktijk dat je in een soort spiraalbaan richting lamp gaat. En dat zie je ook: boven de lamp hangt een hele verlichte zuil van nachtvlinders, die al spiraliserend naar beneden komt richting lamp.

 

Geschikte lampen

Niet alle lampen doen het even goed. Entomologen in de vorige eeuw moesten zich behelpen met carbid en petroleumlampen. Die geven geelachtig licht. Nachtvlinders blijken vooral gevoelig voor golflengtes tussen 350 en 550 nanometer; dat betekent ultraviolet en paars licht, voor een deel onzichtbaar voor mensen. Juist in zo'n hogedrukkwiklamp komen die golflengtes voor en als je dan een lamp van een flink vermogen neemt heb je kans dat je een flink deel van de vlinders aanlokt.

 

Met 60 kilometer per uur richting Nederland

Zo'n nachtpauwoog is geen snelle vlieger: daar ziet hij ook niet naar uit, het lijkt meer een fladderaar.
Verkijk je je daar overigens niet op: er zijn een aantal soorten die voor vlinders gigantische snelheden bereiken van zo'n 60 km/u. Dat zijn de pijlstaarten; ze hebben stevige vleugels, die scheef naar achteren staan en het dier als een soort torpedo door de lucht laten schieten. Er komt een tiental soorten pijlstaarten voor hier in Friesland en daarbij zitten een aantal trekvlinders. Het is bijvoorbeeld vrijwel zeker, dat een windepijlstaart die je hier in de zomer op het laken ziet zitten, geboren is in Noord-Afrika of het Middellandse Zeegebied van Europa. Om een of andere reden trekken ze massaal vanuit het zuiden over duizenden kilometers naar Nederland. Ook dat gebeurt 's nachts, zodat men er meestal weinig van merkt, maar men heeft in bergpassen in de Pyreneeën bijvoorbeeld wel waargenomen dat duizenden nachtvlinders per uur met grote snelheid vanuit het zuiden naar het noorden vlogen. Waarom? Geen idee, dat is een van de interessante vragen die we proberen op te lossen.
Door op verschillende plaatsen die trekvlinders waar te nemen en te registreren kunnen we op den duur misschien iets begrijpen van het mechanisme achter deze trek. Het gekke is namelijk dat de meeste niet terug trekken. Sommige kunnen dat ook niet. Er zijn miezerige vlindertjes bij van maar een centimeter groot die toch in staat zijn om vanuit Zuid-Frankrijk hierheen te vliegen. Ze gaan hier dood zonder zich te kunnen voortplanten. Waarom? We hebben nog geen idee.

 

Duisternisvervuiling

Waarom zijn die nachtvlinders zo interessant?. Het heeft iets spannends: je doet de lamp aan en je hebt geen idee wat er uit het donker zal opduiken. Door het inventariseren proberen we een beeld te krijgen welke beesten waar en wanneer vliegen, proberen we om het geheim van de trekvlinders te ontsluieren en proberen we na te gaan of soorten die erg kwetsbaar zijn, dreigen uit te sterven. Want dat gebeurt en ook 's nachts wordt het langzamerhand stiller in de Nederlandse natuur.
Maar wat voor nachtvlinders misschien nog wel erger is: het wordt 's nachts steeds lichter in de natuur. We hebben te maken met een gigantische duisternisvervuiling: fabrieken, wegen, kassen, huizen, alles baadt in een zee van licht. Astronomen kunnen in Nederland allang geen waarnemingen meer doen omdat sterren worden overstraald door kunstlicht. En denk nu eens aan onze nachtpauwoog: hij wil duisternis en sterren om zich op te oriënteren.
Voor al die nachtpauwogen en andere nachtvlinders is het te hopen dat al dat overbodige licht 's nachts wat temperen zodat we in Nederland 's nachts weer de echte duisternis kunnen vinden. In verband hiermee is het misschien wel leuk om te weten, dat in de nacht van 5 op 6 april a.s. de stichting Dark Sky Association Nederland een zogenaamde 'donkere nacht' organiseert, waarbij men probeert zoveel mogelijk buitenverlichting gedoofd te krijgen en er eindelijk weer eens een echt duistere nacht voorkomt in Nederland.

 
Jannie en Siep Sinnema / Verschenen in de Geaflecht van maart 1997

« terug naar overzicht artikelen