Troch waar en wyn it fjilt yn

(Door weer en wind het veld in)

In het Fries is deze zin een mooie uitdrukking, in het Nederlands zegt het weinig. Zo kan het tegengestelde ook voorkomen, dat, als je iets in het Nederlands zegt, er geen goede vertaling in het Fries is. Zo heeft elke taal of dialect zijn charme. Ik bedoel met deze kop te zeggen dat het niet alleen met mooi, rustig en zonnig weer genieten is om rond te zwerven in de natuur, maar ook met minder mooie weersomstandigheden. Maar velen kunnen dan vaak de moed daar voor meestal niet opbrengen en blijven liever bij het kacheltje thuis zitten.

 

Regen, wind en duisternis


Altijd droge sokken bij de hand...

Op een van de laatste novemberdagen ging ik naar een bosgebied wat grenst aan een kale vlakte met een ruige begroeiing. Het regende al toen ik ons huis verliet en er stond een harde wind. Het was nog duister toen ik op mijn bestemming aankwam, maar dat wist ik wel natuurlijk. Dus eerst maar een kop koffie uit de thermoskan ingeschonken. In de schemer maakte ik mijn eerste tocht door het bos. Het was nog niet licht genoeg om de paddenstoelen te ontwaren. Maar ook dan geniet ik volop. De harde wind gierde door de kruinen van de bomen. Op een dergelijk moment kan ik me in zo'n donker, geheimzinnig bos best indenken dat onze voorouders met al die geluiden, vrees hadden voor spoken en heksen en vooral bij duisternis zo'n gebied meden. De grond was bedekt met afgevallen blad. Dikke druppen vielen van de takken. Het leek of ze de vallende regendruppen eerst verzamelden, alvorens ze het water lieten vallen. Dit alles gaf een eigen sfeer. Later, toen het licht werd, maar met de donkere lucht en regen toch donker blijft in het bos, zag ik de eerste paddenstoelen. Als ze nat zijn, zijn ze veel mooier dan in droge toestand. De Vliegenzwam kleurt dan nog veel roder en de Bruine satijnzwam is dan glimmend donkerbruin, bijna tegen het zwarte aan. Ze glimmen dan alsof ze met olie zijn ingewreven. Ook de braakrussula's lijken dan roder dan wanneer ze droog zijn. Het is dan volop genieten. Op een dergelijke dag heb ik dan altijd het gevoel dat het bos voor mij alleen is. Op zo'n dag kom je bijna geen mens tegen. Op het kale veld waar de hoge grassen door wind en regen tegen de grond worden gedrukt, blijkt meestal dat een waterdichte jas toch niet zo waterdicht is. Maar dat is geen probleem. Ik heb nog twee jassen en broeken in de auto. De auto is tevens mijn kleedkamertje. Standaard ligt er altijd een tas met droge kleren in, voor het geval ik ze nodig mocht hebben.

 

De ruige zee


Fryslān būtendyks

Wel eens aan zee geweest bij storm? Ik kan het een ieder aanraden. Niet aan de Afsluitdijk of bij een pier, maar echt op de plek waar de hoge golven tot de duinen spoelen, of aan een oever waar de zee tegenaan beukt. Dan besef je wat de krachten van de natuur - weer en wind - betekenen. Prachtig is het om bij stormweer rond te dolen aan het Wad en Fryslân Bûtendyks, waar onlangs helaas een aantal paarden de dood vonden omdat ze door het hoge water waren ingesloten. Een poos geleden waren we er met een klein groepje in de herfst. 's Morgens vroeg stonden we onder aan de zeedijk. Er stond een harde wind en het regende. De lucht was grauw en grijs en het leek alsof het nooit weer droog zou worden. Maar een ieder had toch de moed gehad om er op uit te gaan. Ganzen waren er in groten getale. Als ze in de lucht waren leek het alsof ze door de stormachtige wind naar de grond werden gedrukt. Bergeenden en tal van andere soorten eenden hielden zich in het waterrijke gebied op en we zagen verschillende keren een Slechtvalk vliegen, maar waarschijnlijk ging het steeds om dezelfde vogel. In de verte boven het Wad vlogen wolken Strandlopers. Toen we na enkele uren zwerven terug kwamen en koud tot op het bot waren, was iedereen toch voldaan en het er mee eens dat ook dit ruige weer hier zijn charme heeft.

 

Vliegenzwam


Vliegenzwam

We kunnen nu de balans opmaken wat het dit jaar aan paddenstoelen heeft opgeleverd. Sommigen vonden het een slecht jaar. In een landelijk dagblad stond dat er dit jaar bijna geen Vliegenzwammen te zien waren. Het zou zelfs slecht gaan met deze soort. Zelf heb ik het niet gelezen, maar wel van verschillende kanten gehoord. Dit bericht kwam echter net iets te vroeg. Na de drogere periode kregen we een natte periode. In bermen langs wegen, langs bospaden en andere plekken schoten de Vliegenzwammen letterlijk als paddenstoelen uit de grond. Een mevrouw uit Giekerk meldde dat ze op haar eigen erf maar liefst 112 Vliegenzwammen telde. Op het erf van haar buurvrouw stond er echter geen een. En die wilde ze ook zo graag in haar gazon hebben. Er werden enkele uitgegraven en in het gazon van de buurvrouw geplant. Dit in de hoop dat ook de buurvrouw een gazon vol Vliegenzwammen zou krijgen. Zo werkt dat echter niet. Binnen zeer korte tijd is er van de overgeplante paddenstoel niks meer te zien en is het gazon weer groen. Sporen (zaadjes) van vliegenzwammen komen wel op elk erf in Giekerk terecht, maar als dat er niet geschikt voor is zal er nooit een paddenstoel groeien. Elke vitale Vliegenzwam kan zo rond de twee miljard sporen verspreiden en vele daarvan komen natuurlijk ook op het erf van de buurvrouw. Maar de grond moet wel geschikt zijn. Gebruik daarom geen kunstmest en verstoor de grond zo weinig mogelijk. Het hoeft echt geen wilde boel te worden. Plant desnoods een paar bomen zoals Berk en Eik. Ook een spar kan geen kwaad. Inheemse boomsoorten dus en laat verder wat wilde planten hun gang gaan. Als een erf er geschikt voor is dan komen paddenstoelen vanzelf. Dit geldt overigens ook voor insecten en vogels. Vliegenzwammen, vooral in het hoogtij van hun korte bestaan, zijn meestal wat later dan veel andere paddenstoelen. In het laatst van mei kun je al Parelammanieten vinden, zelfs nog wel wat eerder. Wat aan deze soort opvalt, is dat ze heel veel op een Vliegenzwam lijkt. Ze horen ook tot de dezelfde familie. Ook een vroege paddenstoel is de roodbruine Slanke Ammaniet, eveneens een broertje of zusje van de Vliegenzwam, al lijkt deze er veel minder op. En zo komen er nog meer paddenstoelen voor die tot deze familie behoren.

 

Andere paddenstoelen


Kleine stinkzwam

Het was nog vroeg in de zomer toen ik op enkele plekken op ons erf kleine vuilwitte bolletjes, ongeveer zo groot als een knikker, in de humuslaag vond. Met myceliumstrengen zaten ze aan elkaar verbonden. Het waren duivelseitjes van de Kleine stinkzwam. Later werden ze groter en kwamen langzaam - eerst voor de helft - steeds meer boven de oppervlakte. Toen was ook goed te zien hoeveel er in groepjes bij elkaar lagen. Van het grootste groepje telde ik er maar liefst 26 stuks. Weer later kwamen één voor één, maar soms ook een paar tegelijk, de tere kleine stinkzwammen er uit. Deze zijn zo teer dat ze - na even te hebben gestaan - omvallen en in korte tijd vergaan. Bijna dagelijks ging ik even kijken. Verder zijn er zwammen die weer andere zwammen gaan verteren, de zgn. zwameters. Een hele mooie is wel de Goudgele zwameter. Deze verteren boleten, vooral Eekhoorntjesbrood. Ook zijn er zwammen waar schimmels in groten getale op woekeren. Op roestvlekkenmycena vind je heel vaak knopschimmel. Aardig om zoiets te vinden, heel vaak ga je er echter ongemerkt aan voorbij. Maar al struinend door bos en veld en goed observerend, vind je steeds meer en meer.

 
Hans Baron (januari 2007)

«« terug naar overzicht« vorige columnvolgende column »