Overpeinzingen in herfst

Ganzen


Kolgans

Bij tientallen, nee bij honderden komen van alle kanten ganzen aanvliegen. Ze ploffen neer in weilanden met lekker mals gras, dat de boeren bestemd hebben voor hun koeien als laatste verse maaltijd voordat de winter invalt. De boeren zullen er niet blij mee zijn. Zij hadden dit voor een deel kunnen voorkomen, wanneer ze hun land op een natuurvriendelijke manier hadden beheerd. Waarmee ik niet wil beweren dat er dan helemaal geen ganzen op af zouden komen, maar in elk geval minder. Vijftig, zestig jaar terug kwamen er soms ook grote aantallen ganzen voor in onze streken, maar die bleven meer in natuurgebieden en op de landerijen, die door de boeren gebruikt werden als hooiland.
Laten we eerlijk zijn, wij eten liever een taartje dan een stukje droog brood. Zo zal het bij ganzen ook gaan: liever lekker jong mals gras dan het taaie oude gras uit de natte weiden van vroeger. Het ‘opgepepte’ gras van nu is voedzaam en stimuleert de melkproductie. De koeien worden net als sporters volgestopt met stimulerende middelen voor betere prestaties. Ik weet niet of ik het doping mag noemen; bij sporters is doping verboden, bij koeien lijkt het nog wel te mogen.
Was de gans vroeger een wintergast, nu zijn er het hele jaar ganzen in ons land. Eerst waren het de grauwe ganzen, die zich na de broedtijd buiten de broedgebieden verspreidden naar andere weidegebieden. Ook nijlganzen scharrelden het hele jaar door de weilanden, vaak in koppeltjes, maar soms ook in grotere groepen van enkele tientallen bij elkaar.
Nu zijn het de kolganzen, die overheersen in de weilanden rondom.

 

Waar komen ze allemaal vandaan?

De meeste kolganzen broeden in het noorden van Rusland, in Siberië. Die hebben een mooie reis achter de rug. In mei vlogen wij zelf nog over dat grote Siberië, prachtig om dat zo uit de lucht te aanschouwen. Wat zou ik graag een poos rondzwerven in die ongerepte wereld van sneeuw en ijs. Vanuit een hoogte van ongeveer tien kilometer zagen we hier en daar al groene stukken van de toendra en veel water. De zomer daar is kort en in die korte zomer moeten de ganzen hun eieren uitbroeden en hun jongen groot brengen. Als de eerste broedpoging mislukt of verloren gaat, hebben ze geen tijd meer om een tweede legsel uit te broeden. Hadden ze beter in Friesland kunnen blijven!
Er overwinteren ook kolganzen in ons land, die op Groenland broeden. Deze zijn wat donkerder en kleiner dan de Siberische, maar het verschil valt nauwelijks op. Volgens sommigen is het een ander soort maar niet iedereen is het daarmee eens.

 

En of twee soorten?

Er zijn meer voorbeelden van dieren, waarbij het niet duidelijk is of het om een ander soort gaat of niet. De leeuwen in de Kalahari woestijn zijn groter dan die in de Afrikaanse natuurgebieden. Dat komt doordat ze in het verleden door natuurlijke barrières afgesloten waren van hun soortgenoten. Zo zijn ze door de tijd heen uitgegroeid tot grotere dieren. Ook de olifanten in Addo en de populatie bosolifanten in de omgeving van Knysna zijn door natuurlijke barrières afgesloten van hun soortgenoten en groeiden uit tot grotere dieren. Maar het zijn Afrikaanse olifanten gebleven. Zo zie je dat, wanneer groepen dieren zich afscheiden, ze naar verloop van tijd aan enige verandering onderhevig kunnen zijn, zonder dat er sprake is van een andere soort.

 

Insecten

Het loopt naar eind oktober, maar nog niet alle bloemen zijn uitgebloeid en ook staan er nog pollen heide in bloei. De insecten worden traag in hun gang, alleen als de zon schijnt zie je ze af en toe nog vliegen. Ik vond veel mestkevers dood op de paden liggen. Mestkevers zie je, evenals loopkevers, meestal lopen, hoewel ze ook wel kunnen vliegen. Dode mestkevers zijn echter niet altijd dood. Ik raapte eens een dode mestkever op om die aan mensen te tonen. Ik legde hem op mijn hand en toen bewoog hij heel langzaam zijn pootjes. Het was nauwelijks te zien, zo traag was ie.
Een week geleden waren er nog actieve wespen bij ons in een houtwal. Ik zou er een gaatje graven en werd direct door een wesp in mijn hoofd gestoken en daarna door een andere in mijn pols. Hoewel een wespensteek me niet zoveel deert, besloot ik dat gaatje een eindje verderop te maken. De wespen kwamen achter me aan en ik kreeg ik een derde steek. Drie wespensteken tegelijk, dat is me nog nooit overkomen! Ik word wel vaker door een wesp gestoken, maar dat ben na vijf minuten al weer vergeten. Bij deze drie steken duurde dat toch wel een kwartier.

 

Paddenstoelen


Fluweelpootje

Herfst, dat is de tijd van de paddenstoelen. Maar je kunt het hele jaar door paddenstoelen vinden. Er zijn zelfs soorten die je in de herfst helemaal niet vindt. Denk aan de morieljes, het fluweelpootje en de rode kelkzwam. Morieljes groeien alleen in het voorjaar, fluweelpootjes en de rode kelkzwam in de winter, meestal wanneer het gevroren heeft of na een langere vorstperiode.
Sommige algemene soorten kunnen heel erg verschillen in vorm en kleur. Een voorbeeld hiervan is de honingzwam. Ik heb al veel foto’s gemaakt van honingzwammen. Maar soms staan ze zo mooi tegen een boom gegroeid, op een stobbe of rondom een boomstam, dan kan ik het niet laten weer een foto te maken. De zoveelste van honingzwammen!
Ze zijn mooi om te zien, maar betekenen wel het einde van het leven van de betreffende boom. Of van de bomen, want het mycelium woekert door de bodem en tast ook andere bomen aan. De bomen die aantast worden door parasiterende zwammen zijn bijna nooit gezond; of ze zijn gewonde en worden daardoor besmet. Vergelijk dat eens met ons eigen lichaam. Iemand die niet gezond is, zal ook eerder vatbaar zijn voor ziekten dan iemand die kerngezond is. Wie een wond oploopt, heeft kans op een ontsteking of zweer. Zo gaat het met alle leven in de natuur. Daar zijn wij toch een onderdeel van?

 

Dode bomen


Gewone morielje

Het gebeurt wel eens dat mensen mij vragen om eens te komen kijken naar de paddenstoelen die bij hen aan een boom groeien. Dan wordt ook altijd de vraag gesteld: wat kunnen we er aan doen? Meestal kun je al zien dat de boom niet gezond is. Als de boom aangetast is door parasiterende zwammen, is hij reddeloos verloren. De zwamvlok woekert vaak verder onder de bast en zonder dat je het hebt gezien, is de boom al zo ver heen dat er geen redding meer mogelijk is. Op ons eigen erf met veel verschillende soorten bomen zien we dat ook. We laten dode bomen staan zo lang het kan. Dan zie je hoe nuttig een dode of bijna dode boom is voor andere levensvormen. Vogels zoals spechten, boomkruipers, boomklevers en mezen zijn trouwe bezoekers van de dode bomen en zoeken er hun voedsel. Dat is mooi om naar te kijken. En zo is de één zijn dood een ander zijn brood.

 
Hans Baron (november 2010)

«« terug naar overzicht« vorige columnvolgende column »