





Waar zou u gaan wonen, schuilen, een bad nemen, drinken, eten, een nestje maken of gaan slapen?
Zorg voor hoge bomen, dichte struiken, bloeiende planten die insecten lokken, klimmers, schaduwplekken, zonnige plekken. Maak zoveel mogelijk variatie en maak het vooral niet te netjes allemaal!

Alle vogels hebben een voorkeur voor bepaald eten. Zo zijn lijsterachtigen gek op bessen, kersen en ander fruit.
Zaadeters eten graag de zaadjes van planten als klis, distels, kaardebollen en zonnebloemen of de zaden van bomen: elsen- en berkenzaadjes, beukennootjes en eikels.
Insecteneters en rupseneters kunt u lokken met bloeiende planten die insecten lokken en planten en struiken waarop rupsen leven.
Roofvogels en uilen zijn gek op muizen. Een tuin die aantrekkelijk is voor muizen wordt hiermee dus ook aantrekkelijk voor uilen en roofvogels.

Op een gegeven moment kunnen de vogels zelf geen eten meer vinden in uw tuin; de bessen zijn op, de zaadjes van de planten zijn op en de spinnetjes en andere insecten hebben zich teruggetrokken. Dan wordt het tijd om de vogels bij te gaan voeren. Merelachtigen kunt u appels, peren of rozijnen geven en mezen en mussen vetbollen, pinda's en zaadjes.
Voor het roodborstje kunt u wat geraspte kaas neerleggen en voor de grote bonte specht kunt u aan een stuk spekzwoerd ophangen.
Ook kunt u wat katten- of hondenvoer uit blik neerleggen, broodstukjes, of ongekookte havermout. Gekookte aardappelen of rijst (zonder zout gekookt) gaan er ook graag in.
Als u vogels voert in de winter is het van belang dat u dat altijd op hetzelfde moment van de dag doet. Vogels blijven op u wachten en kunnen in die tussentijd niets eten.
Haal het wintervoer, met name pinda's op tijd weer weg. In het voorjaar, vooral als de vogels jongen hebben, moet er niets meer in uw tuin hangen. Jongen kunnen dit voedsel niet goed verteren en kunnen er zelfs dood aan gaan. Ze moeten insecten en wormen krijgen en geen pinda's.

Water is essentieel voor vogels. In een vogeldrinkbak kunnen de vogels water drinken en een waterbad nemen.
Zorg er voor dat de vogeldrinkbak een ruwe bodem heeft zodat de vogels niet uitglijden en dat de drinkbak in de buurt van struiken staat, zodat ze kunnen vluchten bij onraad. De drinkbak mag ook niet te diep zijn. U kunt er eventueel ook wat grote stenen in leggen.
Als het vriest en er geen sneeuw ligt, kunt u wat geschaafd ijs in de drinkbak leggen. Zorg er in droge tijden voor dat de drinkbak gevuld blijft. Vogels moeten er op kunnen rekenen.

In een tuin met oude (holle) bomen, stapels snoeihout, rommelige plekjes en dichte struiken kunnen veel vogels zelf wel een plekje vinden om een nestje te maken.
Daarnaast kunt u sommige vogels helpen door een nestkastje op te hangen.
Houdt u daarbij rekening met een aantal zaken:
Plant dichte of stekelige struiken waar vogels naar toe kunnen vluchten als er gevaar dreigt van katten of roofvogels.
Ideaal zijn struiken die in de herfst ook nog besjes krijgen of die tijdens hun bloei insecten aantrekken.

Als u zelf katten heeft, bind ze dan een belletje om en houd ze binnen als de jonge vogeltjes uitvliegen of als het buiten erg koud is en de vogels verzwakt zijn.
Over vreemde katten kunt u een emmer koud water gooien. Dan blijven ze vaak wel weg.
Zorg voor stekelige struiken die voor katten ondoordringbaar zijn. Wat kippengaas, zigzaggend tussen de struiken door, belemmert het gesluip van katten.

Als u de luizen, rupsen en slakken doodt, haalt u ook het eten van de vogels weg.
Daarnaast brengt u ook de gezondheid van vogels in gevaar. Denk hierbij bijvoorbeeld aan zanglijsters die slakken eten. Als deze slakken slakkenkorrels hebben gegeten, krijgt de lijster dit gif ook binnen.
Probeer de volgende keer als u veel luizen in de tuin heeft eens te denken: "O fijn, in ieder geval is er genoeg eten voor de vogels". Als u zo naar 'plagen' leert kijken, zult u merken dat u zich er eerder zorgen over gaat maken dat er misschien wel te weinig luizen in uw tuin zitten dan te veel.
Net als kippen vinden vogels het fijn om door het zand te rollen. Dat is goed tegen parasieten.
Maak eens zo'n plekje in de tuin. Een stofbad van een halve vierkante meter is voldoende.