Vogels zijn gek op bessendragende struiken als meidoorn, vlier, berberis, lijsterbes en vuilboom.
Vogels moeten kunnen vluchten voor katten. Ze hebben daarom stekelige struiken nodig.
Dichte hagen zijn belangrijk voor vogels. Ze kunnen er hun nest in bouwen en ze zijn er veilig voor katten en roofvogels.
Ook klimplanten kunnen nestgelegenheid bieden.
Uitgebloeide planten hebben ook in de winter nog nut voor vogels. Er zitten nog zaadjes in, insecten verschuilen zich in de restanten van de plant en op de grond tussen het bladafval kruipen spinnetje en andere beestjes.
Merels, spreeuwen en kwikstaartjes zoeken een deel van hun voedsel graag in een kortgemaaid, niet al te net, gazon.
Kleine vogeltjes maken graag hun nest in een nis of holte, bijvoorbeeld in holtes tussen grote stenen, openhaardhout of onder de dakpannen.
Water is erg belangrijk voor vogels. Ze kunnen er drinken en een bad nemen.
Als u gif in de tuin gebruikt, bijvoorbeeld tegen luizen of slakken, haalt u niet alleen het voedsel voor de vogels weg, maar brengt u hun gezondheid ook nog in gevaar.
s' Winters hebben de meeste vogels het zwaar. Ze hebben vaak moeite om eten te vinden. U kunt vogels helpen door ze bijvoorbeeld pinda's, appels of vet te geven.
Uw tuin heeft op dit moment al veel leuke plekken en lekker eten voor vogels.

Als uw onderstaande tips toepast, zult u zien dat u al snel nog meer vogeltjes in uw tuin zult zien.
Uw tuin is op dit moment al een paradijs voor vogels. U geniet daar waarschijnlijk enorm van en de vogeltjes ook.

Is uw tuin ook zo leuk voor vlinders?
Doe de test "'Hoe vlindervriendelijk is uw tuin?'
Uw tuin is op dit moment nog geen paradijs voor vogels. Er kan nog een hoop aan uw tuin verbeterd worden.

Leest u daarom onderstaande tips nog eens na, en pas deze tips eens toe. U zult zien dat u al heel snel meer vogels in uw tuin ziet.

Hoeveel bessendragende struiken heeft u in uw tuin?

Staan er struiken als berberis, meidoorn of stekelige rozenstruiken in uw tuin?

Heeft u een dichte haag in uw tuin? Bijvoorbeeld van coniferen, wintergroene struiken, veldesdoorn, meidoorn of beuk?

Heeft u klimplanten als klimop, bruidssluier, wingerd, klimhortensia of kamperfoelie in uw tuin?

Maakt u uw tuin altijd netjes winterklaar?

Welke deel van uw tuin wordt in beslag genomen door een gazon?

Zijn er in uw tuin of huis holtes of nissen te vinden?

Heeft u water in de vorm van een vijver of een vogeldrinkbakje in de tuin?

Gebruikt u bestrijdingsmiddelen in uw tuin?

Voert u de vogels in de winter?






Tien tips om meer vogels naar uw tuin te lokken

1. Bekijk uw tuin eens met vogelogen

Waar zou u gaan wonen, schuilen, een bad nemen, drinken, eten, een nestje maken of gaan slapen?

 

2. Zorg voor variatie in uw tuin

Zorg voor hoge bomen, dichte struiken, bloeiende planten die insecten lokken, klimmers, schaduwplekken, zonnige plekken. Maak zoveel mogelijk variatie en maak het vooral niet te netjes allemaal!

 

3. Zorg voor voldoende voedsel

Alle vogels hebben een voorkeur voor bepaald eten. Zo zijn lijsterachtigen gek op bessen, kersen en ander fruit.
Zaadeters eten graag de zaadjes van planten als klis, distels, kaardebollen en zonnebloemen of de zaden van bomen: elsen- en berkenzaadjes, beukennootjes en eikels.
Insecteneters en rupseneters kunt u lokken met bloeiende planten die insecten lokken en planten en struiken waarop rupsen leven.
Roofvogels en uilen zijn gek op muizen. Een tuin die aantrekkelijk is voor muizen wordt hiermee dus ook aantrekkelijk voor uilen en roofvogels.

 

4. Voer de vogels in de winter bij

Op een gegeven moment kunnen de vogels zelf geen eten meer vinden in uw tuin; de bessen zijn op, de zaadjes van de planten zijn op en de spinnetjes en andere insecten hebben zich teruggetrokken. Dan wordt het tijd om de vogels bij te gaan voeren. Merelachtigen kunt u appels, peren of rozijnen geven en mezen en mussen vetbollen, pinda's en zaadjes.
Voor het roodborstje kunt u wat geraspte kaas neerleggen en voor de grote bonte specht kunt u aan een stuk spekzwoerd ophangen.
Ook kunt u wat katten- of hondenvoer uit blik neerleggen, broodstukjes, of ongekookte havermout. Gekookte aardappelen of rijst (zonder zout gekookt) gaan er ook graag in.

Als u vogels voert in de winter is het van belang dat u dat altijd op hetzelfde moment van de dag doet. Vogels blijven op u wachten en kunnen in die tussentijd niets eten.

Haal het wintervoer, met name pinda's op tijd weer weg. In het voorjaar, vooral als de vogels jongen hebben, moet er niets meer in uw tuin hangen. Jongen kunnen dit voedsel niet goed verteren en kunnen er zelfs dood aan gaan. Ze moeten insecten en wormen krijgen en geen pinda's.

 

5. Zet een vogeldrinkbak in uw tuin

Water is essentieel voor vogels. In een vogeldrinkbak kunnen de vogels water drinken en een waterbad nemen.
Zorg er voor dat de vogeldrinkbak een ruwe bodem heeft zodat de vogels niet uitglijden en dat de drinkbak in de buurt van struiken staat, zodat ze kunnen vluchten bij onraad. De drinkbak mag ook niet te diep zijn. U kunt er eventueel ook wat grote stenen in leggen.
Als het vriest en er geen sneeuw ligt, kunt u wat geschaafd ijs in de drinkbak leggen. Zorg er in droge tijden voor dat de drinkbak gevuld blijft. Vogels moeten er op kunnen rekenen.

 

6. Zorg voor voldoende nestgelegenheid

In een tuin met oude (holle) bomen, stapels snoeihout, rommelige plekjes en dichte struiken kunnen veel vogels zelf wel een plekje vinden om een nestje te maken.

Daarnaast kunt u sommige vogels helpen door een nestkastje op te hangen.

Houdt u daarbij rekening met een aantal zaken:

  • Hang de kastjes op een redelijk beschaduwde plek.
  • Ideaal is een vlieggat op het zuidoosten.
  • Hang het kastje op zo'n 2 meter hoogte.
  • Zorg voor een onbelemmerde vliegroute.
  • Zorg ervoor dat de kat er niet bij kan.
  • Hang het kastje stevig op, zodat het niet met eitjes en al
    naar beneden dondert.
  • Hang het kastje in de buurt van struiken, zodat de vogels er
    eventueel in stapjes naartoe kunnen vliegen.
  • Maak de nestkastjes in de herfst schoon, zodat de vogels er
    in de winter, zonder vlooien en luizen, kunnen schuilen.
  • Strooi voor mezen wat eierschalen in de buurt van de
    mezenkastjes. Ze hebben kalk nodig voor hun eieren.
  • Denk ook eens aan spreeuwenpotten, gierzwaluwdakpannen en zwaluwnesten.
 

7. Zorg voor schuilgelegenheid

Plant dichte of stekelige struiken waar vogels naar toe kunnen vluchten als er gevaar dreigt van katten of roofvogels.
Ideaal zijn struiken die in de herfst ook nog besjes krijgen of die tijdens hun bloei insecten aantrekken.

 

8. Bescherm de vogels tegen katten

Als u zelf katten heeft, bind ze dan een belletje om en houd ze binnen als de jonge vogeltjes uitvliegen of als het buiten erg koud is en de vogels verzwakt zijn.
Over vreemde katten kunt u een emmer koud water gooien. Dan blijven ze vaak wel weg.
Zorg voor stekelige struiken die voor katten ondoordringbaar zijn. Wat kippengaas, zigzaggend tussen de struiken door, belemmert het gesluip van katten.

 

9. Gebruik geen gif in uw tuin

Als u de luizen, rupsen en slakken doodt, haalt u ook het eten van de vogels weg.
Daarnaast brengt u ook de gezondheid van vogels in gevaar. Denk hierbij bijvoorbeeld aan zanglijsters die slakken eten. Als deze slakken slakkenkorrels hebben gegeten, krijgt de lijster dit gif ook binnen.

Probeer de volgende keer als u veel luizen in de tuin heeft eens te denken: "O fijn, in ieder geval is er genoeg eten voor de vogels". Als u zo naar 'plagen' leert kijken, zult u merken dat u zich er eerder zorgen over gaat maken dat er misschien wel te weinig luizen in uw tuin zitten dan te veel.

 

10. Leg een stofbad aan

Net als kippen vinden vogels het fijn om door het zand te rollen. Dat is goed tegen parasieten.
Maak eens zo'n plekje in de tuin. Een stofbad van een halve vierkante meter is voldoende.