Kannibalen onder de paddenstoelen

Kannibalen onder de paddenstoelen? Ja, die zijn er. Wat denkt u van de naam Zwameter, of nog mooier Goudgele zwameter. Of Parasietbeurszwam, Kostgangerboleet en Zwamgast. Namen die veel zeggen. U hebt ze vast wel eens gezien, maar misschien niet beseft wat het was. Velen zien het overigens helemaal niet en lopen er gewoon aan voorbij. Dan zijn er nog de Zwarte truffelknotszwam, Knopschimmel en Rupsendoder. Paddenstoelen zijn nuttig, erg nuttig in de natuur. Zij verteren veel materie die andere organismen niet kunnen verteren. Ze zetten dit om in een bruikbare vorm voor het verdere leven. Noem het maar bouwstenen voor hergebruik, recycling. Maar als de paddenstoel zijn werk heeft voltooid, wordt ook deze weer afgebroken voor hergebruik.

 

Gastheer


Parasietbeurszwam

De Goudgele zwameter vind je op boleten zoals Eekhoorntjesbrood en Krulzomen die aan het einde van hun korte leven zijn. Meestal begint het als een lichtgele poederige, op schimmel lijkende massa onder aan de stengel, soms ook aan de rand van de hoed. In korte tijd wordt de hele paddenstoel met een laag bedekt, waardoor hij prachtig geel wordt. Sommige boleten zijn vaak vroeg, dus in het hele herfstseizoen zijn ze te vinden. Anders is het met de Parasietbeurszwam. Deze is vrij zeldzaam en groeit meestal op oudere Nevelzwammen, die zeer talrijk, meestal in het latere deel van de herfst, te voorschijn komen. Het is wel zeker dat de Parasietbeurszwam vaker voorkomt dan dat hij gevonden wordt. Zij hebben namelijk ongeveer dezelfde kleur als de gastheer. Slechts twee keer heb ik deze soort gevonden. De eerste keer in de buurt van Heerenveen. Het waren er slechts twee, die al oud waren en in slechte conditie verkeerden. De tweede keer stonden enkele exemplaren dicht bij huis. Deze waren nog mooi vers. En wat geeft dat een goed gevoel als je zoiets bijzonders vindt en dat ze dan nog zo mooi zijn ook.

 

Ze staan er maar even


Kostgangerboleet

Nevelzwammen zijn grote paddenstoelen die tot de Trechterzwammen horen. Ze groeien vaak in meerdere exemplaren bij elkaar en heel vaak in een heksenkring. Dat was ook hier het geval. Op verschillende exemplaren groeide één en soms zelfs meerdere Parasietbeurszwammen. Ze parasiteren er ook echt op, want zonder de gastheer kunnen ze zich niet ontplooien. Maar de gastheer zelf heeft er dusdanig onder te lijden dat deze geen sporen meer kan vormen. Deze leeft dus alleen om zijn gasten te voeden en er zelf door te verkommeren. Ze staan er dan ook maar even. Toen ik er een paar dagen later terug kwam, was er slechts wat rottende materie over. Nevelzwammen zijn lichtgrijs van kleur en in het midden iets donkerder. Aan die nevelige kleur danken ze hun naam. Bij de familie Beurszwammen zit de eigenlijke paddenstoel heel jong verpakt in een schede - de beurs - met over de hoed een vlies. Als ze volgroeit zijn, staat de steel in een grote opvallende beurs. De Kostgangerboleet is ook een echte parasiet, die alleen op de Gele aardappelbovist groeit. Een boleet is een gaatjeszwam, net als het bekende Eekhoorntjesbrood. Het zijn vrij grote padden-stoelen voor een parasiet en soms staan er wel een stuk of zes op één gastheer. Een enkele keer nog meer. Ze mergelen hun gastheer totaal uit, zodat ook deze geen rijpe sporen meer kan vormen. Het is net als een koekoeksjong, de gast eist alles op. Ieder jaar vinden we wel een aantal exemplaren van de Kostgangerboleet, al is het in het ene jaar wat meer dan in het andere jaar. Mijn ervaring is dat er dit jaar maar weinig worden gevonden, dit in tegenstelling tot vorig jaar.

 

Poederzwamgast


Poederzwam

Dan zijn er twee soorten zwamgasten die op russula's groeien, zelden op melkzwammen. Het zijn de Poederzwamgast en Plaatjeszwamgast. Ieder jaar vinden we ze vrij regelmatig. Maar ik heb ze nog nooit op andere soorten gevonden dan op Grofplaat russula's. Slechts een enkele keer op een Fijnplaatrussula. Vaak is de hoed van zo'n russula al aan het rotten, maar ook staat de paddenstoel soms nog recht op zijn steel. Wel worden ze - net als alle Grofplaatrussula's - helemaal zwart als ze afsterven. Kannibalen onder de paddenstoelen? Ja, die zijn er. En dan zie je daar een aantal, soms een behoorlijk aantal, van die kleine lichtbruine of okerkleurige paddenstoeltjes met een witte steel op groeien. Dat zijn dan Poederzwamgasten , ze worden niet groter dan zo'n anderhalve centimeter in doorsnee. De grote paddenstoel, want deze soort kan groot worden, wordt wel meer dan twintig centimeter in doorsnee, met veel van die kleine paddenstoeltjes waarvan de hoedjes niet groter worden dan ongeveer anderhalve centimeter. De reus en de dwergen. De hoed versmelt in een vieze, kliederige massa en verteert. Dan is het ook afgelopen met de kleine zwammetjes. Op dezelfde manier vergaat het ook de Plaatjeszwamgast. Deze hebben ongeveer dezelfde kleur, en grootte en parasiteren op russula's en een enkel keer op melkzwammen. Maar ook deze heb ik zelf nooit anders gevonden dan op Grofplaat en Fijnplaat russula's. Duidelijk zijn de plaatjes te onderscheiden die bij de vorige soort wel eens ontbreken. Mijn ervaring is dat Poederzwamgast meer voorkomt dan de Plaatjeszwamgast. Een andere soort, die overigens heel moeilijk te vinden is, is de Zwarte truffelknotszwam. De naam zegt het al, ze parasiteren op truffels. Maar truffels groeien toch onder de grond? Inderdaad. Die truffel vind je eigenlijk anders niet dan wanneer je de knotszwam als een kleine donkere, bruinzwart/bruingeel - een moeilijk te omschrijven kleur - op de bosbodem vindt. Vaak staan ze wat tussen het mos. Het is heel goed uitkijken. Je gaat er vaak zo aan voorbij. Ze worden niet groter dan een centimeter of acht, een enkele keer tien. Ze staan beschreven als zeldzaam en dat zal ook wel zo zijn. Maar waar ze groeien, staan er meestal een heleboel, verspreid over een grotere oppervlakte.

 

Zuinig op de natuur

Ik ben heel zuinig op de natuur en ben dan ook tegen het plukken van paddenstoelen. Slechts eenmaal heb ik een truffel uitgegraven. Dat om er een dia van te maken. Die gebruik ik voor het houden van lezingen. Ik vond het verantwoord om voor dit doel op een plek waar ieder jaar in een naaldbos vele tientallen, verdeeld over een grote oppervlakte groeien, er één aan te wagen. Toch voelde ik me schuldig. Ik wijs de mensen er wel steeds op om ze te laten staan. De truffels waar ze op parasiteren zijn Hertentruffels en niet eetbaar. Daarvoor hoeven ze dus niet te worden opgegraven. Paddenstoelen zijn rijk aan vormen, geuren en kleuren. Ze hebben een nuttige functie in de kringloop van het leven. Er zijn veel dieren die paddenstoelen eten. Vaak zie je de knaagsporen aan hoeden en stelen. Zo dragen ook zij bij aan het verspreiden van de sporen. Het is voor de natuur nuttiger dat het Wilde zwijn truffels uit de grond wroet, dan afgerichte boerenvarkens. Dan worden ze gebruikt voor menselijke consumptie en zijn ze voor de natuur verloren. Wilde varkens verspreiden de sporen namelijk weer in de bossen. We hebben een heel mooi en rijk paddenstoelenjaar gehad en nog is het niet gedaan. Als het weer wat meezit en de vorst niet te vroeg invalt, kunnen we er ook in de novembermaand en zelfs nog in december van genieten. Paddenstoelen, geniet er van, maar laat ze staan. Na u kan ook een ander er dan nog van genieten.

 
Hans Baron (november 2007)

«« terug naar overzicht« vorige columnvolgende column »