Ik heb mijn hoop opgegeven

Geen Elfstedentocht meer dit jaar, ook geen echte winter meer. Er schijnt naar de verhalen die ik gehoord heb, even een korte winter te zijn geweest, maar toen waren we er niet, toen verbleven we in natuurgebieden in zuidelijk Afrika. Had die vorstperiode niet even kunnen wachten, ik had dat ó zo graag mee willen maken. Aan de andere kant zal het me misschien ook weer een nat pak bespaard hebben, want zoals ik hoorde, zijn velen door het ijs gezakt. Wat een kwakkelwinter hebben we toch gehad. Maar ondanks dat dit er bij zal horen, het is ons klimaat, kan ik het niet laten om de natuur in te trekken.

 

Fikse wandeling

Het zal de allermooiste zaterdag in februari geweest zijn toen ik beslist een fikse wandeling wou maken. Wat is er dan geschikter om de rugzak met camera te pakken en naar het Drents-Friese Wold te gaan. Ik was de eerste die de auto parkeerde op het grote parkeerterrein bij het bezoekerscentrum en had ook niet anders verwacht. De mensen zijn in deze tijd nooit zo vroeg en het was nog behoorlijk fris. De Hazelaar bloeide nog niet, het zat er tegen aan. Maar op andere plaatsen stond deze struik wel in bloei, er stond een mooie foto van in de krant. Nu weet je het nooit met een krant, het zou ook een archieffoto van vorig jaar kunnen zijn. Maar als ze echt mooi in de luwte en in de zon staan, had het misschien mogelijk kunnen zijn. Eind januari staan ze in sommige jaren al mooi in bloei. Voor de manlijke katjes zou het niet lang meer duren kon ik zien, als het weer maar even om zou slaan. De vrouwelijke katjes waren eigenlijk nog niet te onderscheiden van de bladknoppen. Ook waren er in het gras nog geen Madeliefjes die anders het hele jaar door in bloei staan, zolang het maar niet vriest. En dat deed het toen nog wel al was het alleen 's nachts.

 

Kale duinen


Kaleduinen Appelscha

Ik loop door de bossen naar de Kale Duinen, een heel mooie wandeling. Op grote hoogte vliegen enkele groepen ganzen over, luid snaterend en gakkend, wat ver klinkt in het winterse landschap. Waar komen ze vandaan, waar gaan ze heen. Ik gis maar wat, waarschijnlijk uit het rivierengebied, en misschien gaan ze naar het Lauwersmeer of waddengebied. Het geeft me echt een winters gevoel, een beetje rijp aan de bomen en over het veld, daarbij de gakkende ganzen in V formaties overvliegend. Voor me liggen de Kale Duinen, het glooiende landschap met in de verte het Aekingerzand. Ik noem dat vaak een kleine woestijn. Het ligt er nu allemaal stil bij, ik kom ook geen mens tegen, hoeft voor mij ook niet. Maar, zij die thuis op deze mooie morgen aan de koffie zitten, missen wel wat. Ja, ik mis de koffie, maar dat had ik natuurlijk mee kunnen nemen. Vogels zie ik maar amper, dieren helemaal niet. Daar had ik ook niet op gerekend. Jaren geleden lag dit unieke gebied er heel anders bij, maar Staatsbos heeft het weer in oude stijl geprobeerd te herstellen. Veel bomen en struiken zijn geruimd, het terrein is weer open gemaakt, de natuur moest zich verder zelf maar creëren om er wat van te maken. Het is een prachtig gebied geworden, waar velen ieder jaar terug komen om er van te genieten. De stobben zijn deels nog terug te vinden. Vaak groeien daar mooie mossen op zoals het Rood bekermos met die knalrode vruchtlichamen op de top waarin de sporen gevormd worden. Je kunt het zo vaak vinden, en altijd is het weer mooi. En als je de mensen er op wijst staan ze versteld hoe mooi het is, maar hebben het nog nooit eerder gezien. Ach, ik houd niet van muziek, dat leidt me alleen maar af. Ik hoor ook niet of het vals of goed klinkt. Eens bij een uitvoering werd er op accordeons gespeeld. Ik had het wel mooi gevonden, maar van anderen hoorde ik dat er erg vals gespeeld was. Ik bedoel hiermee, dat niet ieders belangstelling op het zelfde doel gericht is. Ook het prachtige Heidelucifer groeit hier, het lijkt wel wat op het Rode bekermos. Als je hier in de open bossen bent, in een wat een vochtige periode zoals in de herfst, zie je al die kussens van mossen, de verschillende soorten met verschillende tinten. Als je de mensen daar op wijst vinden ze het prachtig. Maar eerder hadden ze het nog niet opgemerkt.

 

Mooi, heel mooi


Kaleduinen

De grond is nog hard, de paden liggen er wat bulterig bij. Doordat ik zo om me heen kijk struikel ik verschillende keren. Eenmaal kom ik languit te liggen op het harde bevroren zand. Dat komt als je niet uitkijkt. Op enkele plekken hebben ze wat bomen laten staan. Ik noem die dan eilandjes in de eenzaamheid, dat zijn het dan ook. Mooi, hoe sommige op de rand van een duin staan, en weer andere helemaal op een duin. Het zijn vooral de dennen die zo mooi tegen de lucht afsteken. Je hoeft er beslist niet voor naar het buitenland. En dat alles nu in die winterse sfeer waar de zon zo langzamerhand de lichte vorst heeft verdreven, en daarmee ook het beetje ijzel dat er was. Niet alleen de dennen met hun grillige vormen maken het eenzame landschap zo mooi, ook staan er berken in hun bladerloze winterpracht, met de wit gevlekte stammen. Deze zijn niet tijdens de houtkap blijven staan, ze hebben zich ondeugend uit zaden ontwikkeld, en zijn snel gaan groeien. De boswachter zal het net zo vergaan zijn als mij, ze zijn zo mooi, laat maar staan. Berken zijn mooi, heel mooi, zowel in het bos als het open veld zoals hier. Een paadje dat er tussendoor kronkelt, het duin deels begroeit met hei, en veel geel zand. Een landschap waarbij je je niet in Friesland waant. Af en toe komt de camera uit de rugzak, het is niet te laten, om dit voor eeuwig vast te leggen.

 

Zover is het nog niet


Gele trilzwam

Zo kom ik dan terug in de bossen. Hier zijn ze ook ijverig bezig geweest om ruimte te scheppen, veel bomen zijn omgezaagd, takken en stammen liggen nog verspreid op de bosbodem. Het lijkt niet zo mooi, nu niet. Maar in mijn hoofd staat het beeld al vast hoe het er over een aantal jaren uit zal zien. Het beeld zoals het er een eindje verderop uit ziet. Daar is het zelfde jaren geleden ook gebeurd. Struikheide, Kraaiheide en Dophei hebben de bodem al weer mooi bedekt, nog even en dan staat de Kraaiheide al weer in bloei. Op mooie zonnige dagen wemelt het er dan van de vele soorten insecten, waaronder ook de bijzonder mooie Pluimvoetbij. Maar zo ver is het nog niet. Op een stukje van nog geen honderd meter vind ik wel zes soorten paddenstoelen. Nee, niet die met steel en hoed. Deze groeien allemaal op hout, waaronder ook de mooie dooiergele, gele trilzwam. Ook op de zelfde takken de eikentrilzwam. Beide groeien op eikenhout, dood dan wel te verstaan. En zo kom ik terug op de parkeerplaats waar nu wel wat auto's staan. Op het laatste stukje heb ik enkele mensen gezien, maar verder was ik alleen, helemaal alleen. Het leek of het hele Drents-Friese Wold voor mij alleen was.

 
Hans Baron (maart 2009)

«« terug naar overzicht« vorige columnvolgende column »