Hoe boeiend is de natuur

Wat een zomer! En wat een nazomer. Warmte, hitte, uitdrogende grond. En dan is er regen, bij bakken vol gutst het uit de hemel. Ik geniet er van. Met die hitte heb je weinig mensen in het veld. En met regen zie je ook bijna geen mens. En als die enkeling wel kwam, dan had ik er vaak al meer dan een halve dag opzitten, want ik ben vroeg. Voor het licht is wil ik in het veld zijn. En dan moet je hartje zomer wel vroeg zijn want dan wordt het 's nachts amper duister. Trouwens de duisternis vind ik ook prachtig. En die tijd gaan we nu weer tegemoet. 's Morgens vroeg, dan zie je het meeste wild. Reeën heb ik dan vaak in het licht van de auto. En als je langzaam rijdt en heel kalm tot stilstand komt, kun je ze dicht benaderen. Maar ach, wat wil ik. Ik kan op mijn eigen erf zoiets ook meemaken. Vooral in herfst en winter en dan laat in de avond. Dan kom ik heel langzaam aanrijden, heel langzaam draai ik ons erf op, en als de Reeën er dan zijn, komen de koppen omhoog. Ze kijken in het volle licht in mijn richting en gaan langzaam grazend naar de houtwallen. Af en toe komt er nog even een kop omhoog met een blik in mijn richting. Dan verdwijnen ze achter elkaar, zonder zich te haasten, langzaam een voor een tussen de struiken. Soms loopt er overdag zelfs wel eens een Ree langs de ramen.

 

Jonge Ree


Jonge Ree

En dan vind ik het schitterend dat er dit jaar een jong achter de houtwallen op ons erf geboren is. Voor mij was dat overigens geen verrassing. Het gras stond hoog en er werd ook niet gemaaid. Er was zelfs een stuk rietgras waar ik niet overheen kon kijken, bovendien is er altijd rust. Ik zag het op een ochtend vroeg aan het moederdier. En dan moet je voorzichtig zijn, om zo weinig mogelijk te verstoren. Overdag ligt een dergelijk jong eenzaam en alleen, tenminste als er geen broertje of zusje bij is, wat ook wel voorkomt. Het moederdier is meestal wel in de omgeving, maar laat zich zo weinig mogelijk zien. Tegen de avond komt ze het jong zogen. Een foto maken kan wel, maar houd voldoende afstand bij het leger. Een kleine telelens is dan wel gemakkelijk. En als je een keer een foto hebt gemaakt van zo'n klein hummeltje, hoeft het ook niet weer. In onze ogen lijken alle jonge reeën op elkaar. Maar reeën op het erf en ook hazen, zoals bij ons, hebben ook weer nadelen. Ik plant af en toe wel eens boompjes of struiken. In de winter worden die behoorlijk nagekeken. Soms de twijgen er af, maar vooral de schors. En van lage struikjes blijft soms niets over. Ook de Meidoorn met die venijnige punten laten ze niet staan. De boompjes die het halen groeien dan in voorjaar en zomer prachtig grillig weer uit. Als ze in leven blijven kunnen het later mooie ruige bomen worden. Ik gun het de reeën en hazen.

 

Nat


Moeraswespenorchis

En toen kwam de regen en niet weinig ook. Maar het heeft vele buien geduurd voor de grond een beetje doornat werd. En al is het dan nog geen herfst, verschillende soorten paddenstoelen schoten uit de grond. Het was vooral de Stinkzwam, die je op afstand kon ruiken. Ook daarvoor hoefde ik niet van huis. Zowel de kleine als de grote groeien in onze houtwallen. Ik had nogal wat excursies te leiden. Er waren dan mensen die zo'n vreemde paddenstoel nog nooit hadden gezien. En als de donkere, stroopachtige massa er af was, haalde ik er een met het duivelsei waar hij uit gegroeid was uit de grond. Ik vertelde dan over die strooplaag welke de zoete aasgeur verspreidt die we ruiken en waar de sporen in verpakt zitten die veelal door insecten verspreid worden. Dan geef ik het duivelsei met de zwam aan iemand met de vraag het door te geven zodat iedereen kan ruiken en bekijken. Sommigen doen al een stap achteruit. Nee, dat vieze ding wil ik niet in mijn handen hebben. Grote hilariteit onder de groep. Ach, waarom bevreesd, anderen eten zo'n duivelsei. En moet ik mijn handen nu ook wassen is dan de vraag. Nee hoor, je kunt zo met je handen eten. Ik zet het daarna weer in de grond, al is het alleen maar voor het oog. Als de slijmlaag van de hoed er af is, is dat ook het einde van het bestaan van de zwam. De sporen zijn verspreid, hij heeft zijn werk gedaan. In korte tijd worden ze op natuurlijke wijze verteerd tot stof. Er was een oude man, bioloog, die wilde nog graag eens in het Lauwersmeergebied kijken in de tijd dat de orchideeën in bloei stonden. Toen hij dat zo bij een gesprek kenbaar maakte zei ik direct, dan gaan we daar eens heen. De man heeft niet meer dan een fiets, maar kan wel goed lopen voor zijn leeftijd. Ik zou vooraf op verkenning gaan, maar planten bloeien niet allemaal tegelijk en zo is het ook met de orchideeën gesteld. In het laatst van juni moest het dan maar wezen. Een ver familielid, nog een jonge man, wou ook graag mee. Dat paste mij wel. Kon ik mooi vroeg weg en nog paar rondjes lopen door het veld. Ik had de koffie klaar toen ze later in de ochtend kwamen. Wat heeft die oude man genoten. Hij had nog nooit zoveel exemplaren van de Moeraswespenorchis gezien als die dag. Het was inderdaad bijzonder hoeveel we zagen. Ik wist het, ik was er enkele dagen eerder ook al geweest. Zelf had ik in dat gebied ook nog niet eerder zoveel gezien als dit jaar. Maar we zagen veel meer planten waar hij veel belangstelling voor had. Hij heeft me vele keren bedankt voor die geweldige dag. Zelfs later in de avond toen we wilden gaan slapen, belde hij mijn vrouw nog om nogmaals te bedanken voor die prachtige dag.

 

Graspieper


Graspieper

Ik denk dat het in juni was. Ik zat op een ochtend mooi in een rustig veld mijn koffie te drinken. Met regelmatige tussenpozen kwam er een Graspieper op een dikke hekpaal zitten met de snavel vol insecten. Ik genoot van het komen en gaan van het kleine vogeltje. Uitrusten op de paal was er niet bij. Als ze jongen hebben gunnen ze zich geen rust. Het is af en aan vangen en sjouwen met voedsel om de jongen zo snel mogelijk vliegvlug te krijgen. Dat gaat allemaal snel. Hun nestje van verdord gras hebben ze in een kuiltje tussen de begroeiing, vaak aan een slootkant. Binnen twee weken komen de eitjes uit en in nog kortere tijd vliegen de jongen al uit. In 25 dagen kan het hele broedproces achter de rug zijn. Maar het gaat er slordig aan toe. Iets meer dan de helft van de eitjes, gemiddeld vier, komen uit. En van die jonge vogeltjes zullen ongeveer een derde deel uitvliegen. Gemiddeld worden deze vogels twee en een half jaar oud. Ze broeden meestal twee keer. Ik wil het best geloven dat ze niet oud worden. Als ik zo zit te kijken en het uitsloven van die kleine vogeltjes zie, zal dat heel wat van het kleine lichaam vergen. De dagen zijn in die tijd lang en vogels benutten die tijd van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. Ook tijdens het zitten op de dikke paal is het vogeltje steeds in beweging om rond te kijken of er ook onraad in de buurt is. Zowel oude als jonge vogels zijn geliefde buit bij vele predators. En als het dan zeker is dat er geen gevaar dreigt, verdwijnt het vogeltje in de onderwal een eindje verderop. Het duurt maar kort of ik zie het al weer weg vliegen. Het duurt echter niet zo lang of het is al weer terug op de dikke paal met het snaveltje vol insecten. Zo kon ik hier ook zien wat hun voedsel is. Ook al zijn ze erg beweeglijk, ze houden het kopje geen moment stil. Ik zie dat het hier vooral zweefvliegen zijn. Maar ook die vervelende steekmuggen waar wij een dergelijk hekel aan hebben. Ook grotere muggen en een Langpootmug horen tot het menu wat de jongen gepresenteerd krijgen. Maar het meest verwonder ik mij dat er zoveel insecten in een keer in zo'n kleine snavel mee gaan. De eerste, tweede en derde begrijp ik, maar de laatste. Het snaveltje zit tot het einde toe vol. Je zou zeggen als ze de laatste met de punt waar nog wat ruimte is zullen vangen, zouden de anderen er weer uit kunnen vallen. Ach, waar bemoei ik me mee, het vogeltje weet wel beter. Prachtig die natuur en daar laat ik het bij.

 
Hans Baron (september 2008)

«« terug naar overzicht« vorige columnvolgende column »