Geniet nu van de stinzenplanten, maar verloedert onze natuur?

Ik maak me zorgen

Ik maak me echt zorgen over onze natuur. Het zijn vooral onze overheden. Die zouden zorg moeten dragen voor het welzijn van mens en dier in het land, provincie of gemeente waar ze het maar voor het zeggen hebben. Maar doen ze dat? Komen ze hun plichten na waar ze voor gekozen zijn? Ik vind van niet. De mens kijkt eerst naar eigen welstand. Door de overheid wordt de natuur in een hoekje gedreven. Geld beheerst onze samenleving.
Er wordt niet nagedacht hoe belangrijk de natuur is voor onze samenleving. Immers, we moeten schone lucht ademen, we zijn afhankelijk van schoon drinkwater en hebben schone aarde nodig om ons voedsel te verbouwen. Alle leven brengt een zekere vervuiling met zich mee. Maar de natuur is er helemaal op ingesteld om die vervuiling weer te zuiveren. Maar er zijn grenzen. En aan die grenzen gaan wij als mensen voorbij en onze overheden al helemaal. Er wordt veel gif gebruikt onder de benaming van bestrijdingsmiddelen - wat iets vriendelijker overkomt - ter verdelging van schadelijke insecten en onkruid. Maar men gaat er aan voorbij dat ook de nuttige insecten er door verdwijnen. Ook het bodemleven wat zeer belangrijk is gaat er aan ten onder, ook mede door overbemesting. Hele bijenstallen sterven uit. Imkers zijn steeds genoodzaakt, als ze willen doorgaan met hun bedrijvigheid, nieuwe volken aan te schaffen. Het is om er moedeloos van te worden, zo is hun oordeel. Ook in de natuur hebben niet alleen de wilde bijen, maar bijna alle soorten insecten het moeilijk. Zien we dat niet, of willen we dat niet zien? Wie regelmatig de natuur in trekt zal het opvallen dat er steeds minder insecten komen, dat ook de vogels het moeilijk hebben, dat het hele natuurgebeuren achteruit gaat.

 

Geen elfstedentocht

Als ik dit schrijf zitten we in de tweede helft van februari. De tijd dat het echt winter kan zijn is voorbij. Weer geen Elfstedentocht dit jaar. In november had men het er al over. Er kon geschaatst worden en nu krijgen we de grote tocht der tochten. Maar zij die zo enthousiast waren dachten er niet aan dat de grote watermassa’s nog niet voldoende afgekoeld waren om genoeg ijs te vormen om een grote mensenmenigte te kunnen dragen. De grote tocht kon niet doorgaan, de natuur liet hen in de steek.

 

Paddentrek


Een flinke Meerkikker overgezet bij de Poostweg te Beetsterzwaag

Maar door de vele regen en zachte temperaturen werden veel dieren al vroeg uit hun winterslaap gewekt. De padden begonnen al vroeg te trekken. Op veel plaatsen moesten ze wegen oversteken op weg naar poelen, sloten of beekjes waar ze hun eiersnoeren moeten afzetten tussen de waterplanten. Die trek vindt in de nacht plaats en dat kost slachtoffers door het verkeer. Op sommige plaatsen worden door natuurbeschermers lage harde schermen langs de bermen geplaatst en tunneltjes onder het wegdek door gebracht. De padden die uit hun winterverblijf komen op zoek naar water, stuiten op deze schermen en dan is er maar één mogelijkheid om verder te gaan, dat is langs het scherm te kruipen. Dan komen ze in zo’n tunneltje terecht en kruipen veilig onder de gevaarlijke weg door naar hun beoogde plek om deel te nemen aan de voortplanting voor het nageslacht. Door veel vrijwilligers wordt daar aan meegewerkt. Hulde aan hen die hun vrije tijd daar aan besteden.

 

Zorgplicht

Maar is het niet de plicht van de overheid die de wegen beheren om dit te doen? Zijn zij niet verantwoordelijk om het leven - ook ander leven dan dat van de mens - te beschermen? Ik vind dat de beheerders van de wegen dat verplicht zijn. En dat kan voor padden en andere kleine dieren met weinig kosten gerealiseerd worden. Dit met gezamenlijke hulp van vrijwilligers die dat graag voor het behoud van de natuur en het voorkomen van dierenleed doen.
Sommige gemeenten springen bij om te voorkomen dat er slachtoffers vallen onder de dieren. Helaas niet allemaal. Zo wil ook de gemeente Opsterland waar ik ingezetene van ben, er niet aan meewerken. Vroeger was Opsterland een schitterende gemeente, maar de rijkdom aan natuur is ernstig achteruit gegaan. Ik durf met stelligheid te beweren dat de gemeente een groot aandeel aan de teloorgang van het mooie Opsterland heeft. Een kanaal waar zich door de jaren heen een rijk natuurleven heeft ontwikkeld omdat er in vele jaren al geen scheepvaart meer is geweest, moet zo nodig weer bevaarbaar worden gemaakt. Gelukkig dat er mensen zijn die het tot heden hebben kunnen keren, maar toch maak ik mij zorgen over het leven wat zich in de jaren van rust in en rond het water heeft ontwikkeld. Kapitalen worden er door de overheid zinloos verkwist, terwijl er ergens anders met heel weinig geld kan worden voorkomen dat er veel dieren doodgereden worden. Een tunneltje onder een weg door en degelijke schermen zou veel dierenleed voorkomen. Natuurlijk heeft het verkeer er ook schuld mee aan dat er slachtoffers onder de padden vallen die de weg oversteken.

 

Lenteboden


Sneeuwklokje

Het is bijna maart. Zielig staan de Sneeuwklokjes te kleumen in het natte gras. De Krokussen staan te verpieteren. Die vinden het niet leuk, dan weer vorst, dan weer dooi. Dit afgewisseld met regen en harde wind. Ze blijven in de knop staan en gaan met dat wisselvallige weer niet open. Tot sommige hun bloemknoppen laten hangen en naar de grond zakken, niet tot bloei komen en hopen dat het volgend voorjaar beter is. Maar er zijn toch nog Krokussen die volhouden met de hoop dat we toch nog gunstige lentedagen krijgen, zodat ze toch nog echt hun mooie bloemen kunnen tonen. Nee, dan de Sneeuwklokjes, die hebben het beter voor elkaar. Komt er vorst dan gaan de huidmondjes open en laten ze het vocht uitstromen. De stengels worden slap en het bloempje of knop zakt naar de grond. Wordt het weer gunstig dan nemen ze weer vocht op, de stengels en blaadjes worden weer stevig en ze richten zich weer op. De bloei gaat door, zij zorgen voor zaad. En dat is aardig, maar ik moet er wel bij vermelden dat niet alle zaaddoosjes rijp zaad zullen krijgen. Zo ver komt het bij ons hier in het noorden niet altijd. Sneeuwklokjes horen hier eigenlijk niet thuis zoals zoveel planten. Ze zijn in vroegere jaren, naar schatting al in de zestiende eeuw hier ingevoerd. Het verhaal gaat – en misschien ook het meest waarschijnlijke - dat ze door de kruisridders op de terugtocht meegenomen zijn om de tuinen rond hun kastelen, stinzen of hoe ze ook maar woonden, in het vroege voorjaar op te vrolijken met bloeiende planten. Het kan zo zijn, het zal ook zo zijn, maar ook op een andere manier zullen hier stinzenplanten - waar ook de Sneeuwklokjes toebehoren - terecht zijn gekomen. Stinzenplantengroep is geen familie, maar planten die hier in het verleden terecht zijn gekomen door het handelen van mensen. Het zijn planten die zich aangepast hebben aan ons klimaat en gesteldheid van het milieu. Planten die bewezen hebben dat ze zich hier thuis voelen en zich kunnen handhaven. Sommigen krijgen geen rijp zaad, maar houden zich in stand of vermeerderen zich door bollen of wortelknollen.

 

Mierenbroodje

En dat doen de sneeuwklokjes ook. Met bolletjes. Maar sommigen krijgen onder gunstige omstandigheden ook nog rijp zaad. Dan worden de groene zaaddozen geel en buigen de steeltjes naar de grond. De zaadjes dragen een mierenbroodje wat door een bepaalde lokstof mieren aantrekt, die ze op hun beurt weer verspreiden. Tevens worden sommige andere diersoorten waaronder vooral muizen daardoor geweerd, zodat de zaden niet worden opgegeten. Door dat mierenbroodje worden de zaadjes door mieren versleept. Als je Sneeuwklokjes in het gazon of ander grasveld hebt en je maait niet te vroeg, kun je zien dat er door de zaden die verspreid zijn nadien op meer plaatsen sneeuwklokjes tevoorschijn komen. In september komen de blaadjes al weer boven de grond maar het is moeilijk om die dan te vinden tussen het gras. Maai dus in de herfst niet te diep als u de Sneeuwklokjes gunstig gezind bent.

 

Vroege bloeiers


Boerenkrokus

Heel vroeg bloeiende stinzenplanten zijn de Winterakoniet, familie van de ranonkelachtigen en dus ook van de Dotterbloem die er dan ook wel wat op lijkt. Maar ook van Boterbloemen, al is er misschien wat minder gelijkenis. Deze komen van huis uit voor in de noordelijke helft van Italië, Joegoslavië en het zuidoosten van Frankrijk. Als het een gunstig voorjaar is - dit jaar dus minder - kunnen ze al in januari bloeien. Maar nu in februari staan ze in bloei. Alleen met regenachtig weer en donkere dagen blijven de bloemen helemaal af gedeeltelijk gesloten. Het zijn prachtige planten. Niet alleen de bloemen, maar de hele bouw van de plant met zijn mooie rozetten van blaadjes om de bloemen. Wanneer ze uitgebloeid zijn zitten de zaden heel mooi verpakt in kokertjes, dat uiteindelijk kroonblaadjes zijn. Deze zaadjes rijpen wel in onze omgeving, ze zaaien zich dus zelf uit en komen gemakkelijk tot groei. Ze vormen verder ook een wortelstok waardoor ze dus overblijvend zijn.
Stinzenplanten zijn interessant vanwege hun historische afkomt, omdat ze vroegbloeiend zijn, omdat ze prachtig zijn om te zien en omdat we er elk voorjaar weer volop van kunnen genieten.

 
Hans Baron (maart 2011)

«« terug naar overzicht« vorige columnvolgende column »