Een nest vol eieren, maar wel kleintjes.


Eitjes naaktslak

Ik was bezig om wat lang gras uit de grond te trekken, niet maaien dus. Het was wel extra lang, kniehoog hoor ik wel eens zeggen, een term die vroeger meer gebruikt werd dan heden. Vaak vind ik dan van die kleine witte of vuilwitte ronde kraaltjes, maar meestal wat verspreid of in kleine groepjes dicht bij elkaar. Dat zijn dan eitjes van Naaktslakken. Nu vinden veel mensen die Naaktslakken maar vieze dingen. Met een schop worden ze vaak over een sloot in het boerenland gemept. Iemand die dat ook deed schreef daar eens iets over. Hij had het gevoel dat de slakken die hij van zijn erf verwijderde terug kwamen. Tenslotte ging hij de slakken een merkje geven om zekerheid te krijgen. En dat kreeg hij, verschillende van de gemerkte slakken vond hij terug op zijn erf. Slakken kunnen zich dus oriënteren waar hun thuis is. Veel mensen hebben een hekel aan Naaktslakken, ze worden dan ook betiteld als vieze glibberige dingen. Ja, het is wel zo, als je ze in de handen pakt worden de vingers vies van het slijm, en dat gaat er heel moeilijk weer af. Maar dat hoeft niet. Wij hebben een groot erf waar ik de natuur zijn gang laat gaan. Planten groeien tot de deur, en slakken kruipen soms naar binnen, of de hond neemt ze soms mee in het haar. Binnenshuis is geen goede plek voor een slak, in de droogte kunnen ze niet leven, en is er ook geen voedsel. Dat is geen goede plaats voor hen, dus breng ik ze weer naar buiten. Ik heb ook een hekel aan dat slijm aan mijn handen, vooral als het opgedroogd is. Ik pluk een groot blad van een plant die ook dicht bij de deur groeien, pak de slak er in en schud hem er in de houtwal weer af. Een stukje papier zou ook kunnen, maar aan dat droge papier kleeft de slak meer vast, niet doen dus. Ik zal geen dier dood maken, ook slakken niet dus.

 

Slakken zijn geen huisdieren


Zwartewegslak bruine vorm

Maar toch gaan slakken soms dood bij ons. Dat zijn dan huisjesslakken, en dan vaak jonge dieren. Ook die zullen dan door een deur naar binnen komen, maar ook door een raam, dat is niet te keren. Vaak zijn het Segrijnslakken want die komen heel veel voor, maar ook wel andere. En dan vinden we de huisjes met het dier wat er in leefde, waar je weinig meer van ziet doordat het uitgedroogd is tegen een wand aan. Ik vind het dan jammer, maar kan er verder ook niks aan doen.
Ik las eens een verhaal van een vrouw die een stukje in haar huis had afgescheiden waar ze slakken in had voor studie om meer aan de weet te komen over het gedrag van deze dieren. Ze was opgetogen met haar slakken, maar ik geloof niet dat ze er veel wijzer van is geworden. Slakken zijn geen huisdieren, het zijn vochtminnende dieren, die horen niet in een droog huis.
Mensen met een groentetuin hebben vaak een hekel aan slakken, ze eten van de jonge plantjes, en dat is logisch. Slakken hebben geen tanden, ze hebben een rasptong waarmee ze het eetbare mee van de planten af schrapen. Ze kunnen niet bijten, dus zijn ze aangewezen op zacht voedsel, en dat zijn vooral in het voorjaar de jonge plantjes. Maar ook paddenstoelen, algen, en zelfs aas, dus dode dieren of vogels die in het veld liggen en in staat van ontbinding zijn.
Slakken zijn tweeslachtig, dus manlijk en vrouwelijk tegelijk. Dat lijkt dus wel handig, maar een slak kan zichzelf niet bevruchten, ze zijn een partner nodig en vaak vindt je twee slakken die elkaar bevruchten. En zo vind ik ook vaak eitjes in het gras, meestal in een kuiltje. Maar zo netjes als ik het kort geleden vond had ik het nog niet eerder gezien, het leek net een keurig nestje met eitjes. Het aantal eitjes wat ze leggen, vaak één keer per jaar, kan variëren van enkele tientallen tot wel 100. Het is maar een klein percentage wat het`tot een volwassen slak zal brengen. Dan menen veel mensen dat slakken niks zien, maar dat is anders. Aan het einde van de twee grootste tentakels hebben slakken een oogvlek waardoor slakken vaag iets kunnen zien. Slakken zijn wondere dieren, ik vind het jammer en misdadig dat er mensen zijn die deze dieren in een pot met bier, of het strooien met gif op een ruwe manier laten omkomen.
Elk dier heeft het recht om te leven.

 

Ook een vogel al is het een roofvogel


Dode Havik

Zo vond ik kort geleden een dode Havik dicht bij een pad in een bos. Het eerste wat ik altijd doe als ik een dode vogel vind is kijken of hij ook een ring aan een van zijn poten heeft. Dat was hier niet het geval. Hij zal er nog niet zo lang gelegen hebben want hij was nog niet in staat van ontbinding, er was geen vieze aasgeur te ruiken. Er zaten wel en paar kleine naakt-slakken op de poten, en een aantal mieren tussen de veren. Ja, wat doe je dan. Ik heb hem maar laten liggen, en een paar foto’s gemaakt. Thuis gekomen heb ik het beschreven, en de plek waar hij lag, en met foto er bij verstuurd naar Staatsbosbeheer, want het was in een gebied van Staatsbos.
Ik ben er eigenlijk wel zeker van dat het door mensen is gebeurd. Ik denk dat hij dood geschoten is, maar heb geen bewijs. Ik had graag gewild dat ze de vogel hadden opgestuurd voor nader onderzoek, maar dat is jammer genoeg niet gebeurd. Ik heb een bericht terug gekregen dat men dacht dat de vogel vergiftigd was. Was het een Buizerd geweest dan had ik het voor waar aangenomen, maar voor een Havik niet. Een Buizerd is een aaseter, ze vinden hun kost vaak al dood, ziek of gewond op de grond. Zo zijn er mensen die vlees wat ze met gif besmet hebben ergens neer leggen om roofvogels te doden, maar een Havik is een echte jager. Ze kunnen heel snel vliegen en vangen hun prooi in de vlucht. Nee, ik kan niks bewijzen, maar ik geloof het niet.
Eerder vond ik ook eens een dode Havik in een bos bij Olterterp. Die was wel in staat van ontbinding, maar aan de veren en kop was nog duidelijk herkenbaar wat voor vogel het was. Ook daar heb ik toen foto’s van gemaakt. En ook toen wilden ze beweren dat de vogel vergiftigd was, waar ik het ook lang niet mee eens was.
De verhalen gaan dat er in Friesland, vooral in zuid-oost Friesland veel roofvogels op verschillende manieren gedood worden. Maar ook in andere delen van ons land gebeurt het.
Vaak ga ik in de nazomer en herfst naar de bossen in de Flevopolders voor paddenstoelen. Daar zijn nog al eens bijzondere soorten te vinden die bij ons niet, of bijna niet voorkomen.
Ik had daar eens een gesprek met een boswachter van Staatsbosbeheer. Van afkomst was hij een boerenzoon vertelde hij. De man was een felle tegenstander voor het beschermen van roofvogels, vossen en andere roofdieren. Hij was van mening dat die rovers allemaal opgeruimd moeten worden. Ik was het daar niet mee eens, en probeerde de man uit te leggen wat voor functies deze in de natuur hebben. Daar had de man geen oren naar, hij was voor geen enkele rede vatbaar. Als ik hem tegen kom in zijn auto van Staatsbos steekt hij nog altijd een hand op.

 

Waar zijn al onze vlinders gebleven


Atalanta

Ik doe zo veel mogelijk om de natuur te beschermen, om te behouden wat mogelijk is. Dit betreft niet alleen het dierlijk leven, maar ook de planten met alles wat daar onder thuis hoort. Sneeuwklokjes en Krokussen groeien bij ons niet alleen in de tuin, maar ook in het gras. Om dan het zaad de gelegenheid te geven om zich te verspreiden kan ik het gras niet vroeg maaien, dus alles laten groeien. Maar dan komen de Pinksterbloemen, en die zijn weer nuttig voor de Oranjetipjes, een prachtig dagvlindertje wat in ons land steeds minder voorkomt. Wij hebben op ons erf een mooie kolonie van deze fladderaars. De eitjes worden gelegd op de Pinksterbloemen waar de rupsjes eten van de jonge, zachte zaadjes, dan is het al in het laatst van mei, begin juni. Dan bloeien er meer planten, en er komen ook meer vlinders. Ik kan nog niet maaien. Het was een bonte mengeling aan vlinders en andere insecten waaronder veel Schoenmakers, Dagpauwoog, Witjes Bont Zandoogje, Landkaartjes Citroenvlinders Gehakkelde aurelia en veel andere insecten. Verschillende mensen vonden het maar een rommeltje op ons erf, maar dat was ik al van voorgaande jaren gewend. Velen beseffen niet waarom ik alles laat groeien. Onze vlinderstruik is in de winter dood gevroren zoals bij velen het geval is, maar die hoort hier ook niet. Maar we hebben wel pollen van Klitten, en die zijn dit jaar wel erg hoog geworden met heel veel bloemen. Er waren nogal wat mensen die deze pollen mooi vonden en dat verbaasde me, want velen hebben een hekel aan die klitten. De hoogste werden meer dan twee meter en zaten vol met bloemen. Het wemelde er van insecten waaronder veel vlinders. Ook stonden er veel distels, Akkerdistel en Speerdistels in bloei. Vooral Speerdistels dragen hele mooie bloemen, maar ook de bladeren hebben een hele mooie vorm. En ook distels trekken veel insecten aan, daarvoor zijn ze een rijke voedselbron. Toen de heftige regens invielen werden de Klitten lager, maar zetten uit in de breedte. Ze zakten dus in elkaar. Toen ben ik maar gaan maaien wat met dat hoge gras een hele klus was. En toen, plots verdwenen na het maaien ook de vlinders, en veel van de andere insecten. Niet dat alles verdwenen is, maar veel wel. Veel paddenstoelen hebben al aangetoond dat de herfst op komst is, en dat is elk jaar ook weer een heel mooi seizoen.

 
Hans Baron (september 2012)

«« terug naar overzicht« vorige columnvolgende column »