Donkere dagen, maar volop leven

Op 21 december eindigt voor mij het oude jaar, en begint het nieuwe. Immers, dan is het de kortste dag. De zon heeft het verste punt van ons af bereikt en staat dan recht boven de Zuiderkeerkring. Daarna komt de zon terug naar de Noorderkeerkring, en zal het elke dag bij ons weer langer licht worden. Dan begint het bij mij van binnen te kriebelen

 

Niets te beleven?

Het zal niet lang meer duren of we kunnen de eerste vroege planten al weer in bloei zien. Neem de sneeuwklokjes, een goede waarnemer zal reeds gezien hebben dat niet alleen de blaadjes, maar ook de bloemknopjes in december al fors boven de grond staan. Je moet er wel even goed voor uitkijken, want alles is groen. Maar als het meezit met het weer, als er geen strenge vorst meer komt zijn ze klaar om plots in bloei te komen. Komt er een periode met vorst, dan blijven ze mooi in rust, en wachten af. En ik hoop dat er nog een flinke vorstperiode komt. Wat kan het toch mooi zijn, ijzel aan de bomen, sneeuw over het landschap. En dan ijs, waardoor je op schaatsen op plekken kunt komen waar je anders niet of moeilijk kunt komen. Is de winter een stille, een saaie of doodse tijd in de natuur? Is er in de winter weinig of niks in bos of veld te zien zoals er vaak wordt beweerd? Voor mij is dat nee, nee, en nogmaals nee. Er is zoveel te zien en te beleven voor haar of hem die het wil zien, en die het zoekt.

 

Eerste teken van leven


Torenvalk

Neem nou de tweede zaterdag in december. Met een groepje zouden we een tocht maken langs het wad, het omstreden gebied van aardappels poten of vogels laten broeden. Het regende pijpestelen en er stond een keiharde wind. Dit weer heeft ook zijn charme was het eerste wat het rayonhoofd van "It Fryske Gea" enthousiast zei. Meer dan de helft van hen die mee zouden gaan zijn weggebleven. Zuurtjes hoorde ik iemand zeggen die er wel was. Een twintigtal kolganzen vlogen in V formatie over, het eerste teken van leven. Aan deze vogels was te zien dat ook zij last hadden van de harde wind. We klommen bij de zeedijk op, geholpen door de wind die we in de rug hadden, en ploeterden daarna door het drassige land. Een van de eerste vogels die we buitendijks te zien kregen was een slechtvalk. Dat is geen alledaagse vogel. We konden hem een eind volgen, en later in de morgen zagen we hem nogmaals. Het zien van deze vogel maakt de hele dag ondanks de regen geslaagd. Een torenvalk liet zich tot op enkele meters benaderen. Hij heeft een vaste rusplaats, we vonden er een groot aantal braakballen. Och je ziet ze zo vaak, maar het is en blijft een mooi vogeltje, en vooral als je ze tot zo dichtbij kunt benaderen.

 

Geen honger

Wolken vogels hingen af en toe in de lucht boven het wad. Dat waren vooral strandlopers die door het opkomende hoge water van de drooggevallen banken verdreven werden om elders een droog plekje te zoeken, waar ze tot het weer laag water werd zouden kunnen verblijven. Het wad, een erg belangrijk voedselgebied voor geweldige aantallen vogels, zowel op doortrek als winterverblijfplaats. Het wad, wat een natuurgebied zou moeten zijn, maar wat zo geschonden wordt. Wie ooit gezien heeft hoe de kokkelvissers massaal de bodem van deze ondiepe zee omploegen, verstoren, en daarbij beseft wat er allemaal buiten de schelpdieren vernietigd wordt, rijzen de haren ten berge. Je vraagt je af, moet dat zo. Nee, het zou zo niet moeten zijn, maar het brengt geld in het laatje, en daar moet de natuur onder lijden. Gelukkig dat natuurliefhebbers en beschermers zich hebben ingezet voor behoud van het kweldergebied, en dat er vogels broeden waar men een vijftien jaar geleden aardappelen wou poten. Dit laatste is niet door gegaan, ik heb mijn steentje er ook toe bijgedragen. En er is geen mens die er honger door heeft geleden, of hoeft te lijden dat dit gebied niet ingepolderd is. Worstelend tegen de harde wind in, en nat tot aan het vel, doornat ondanks de regenkleding, komen we na drie uur lopen en waden terug op de parkeerplaats. Enkelen zijn koud, maar ieder is het er mee eens, het was een prachtige tocht, en het rayonhoofd had gelijk, ook dit weer heeft zij charme.

 

Goed kijken is veel zien


Klein dooiermos

Dat heeft het ook als we de volgende zaterdag een tocht maken door het Rysterbos en langs de IJselmeerkust. Het is mistig, en later in de middag begint het te regenen. Over vijf dagen is het al kerstmis, en ik tel in het bos meer dan tien soorten paddestoelen waaronder twee vliegezwammen. Het rood is oranje, en de witte stippen zijn voor het merendeel verdwenen, maar ze zijn er nog, paddestoelen. Paarse dovenetel en madeliefjes staan nog in bloei, ondanks het vies koude mistige weer. Nog in bloei is te veel gezegd, want als het niet vriest bloeien deze het hele jaar rond. Op de oude zeedijk staan nog boterbloemen en paardebloemen in bloei. Door de mist laten de vogels het wat afweten, maar nu met het vochtige weer zijn er prachtige mossen, en neem dan de korstmossen met de vele kleurtinten op stenen en schors. Goed kijken is veel zien. In een wal waar veel elzen staan houden zich veel kleine vogels op, vooral koolmezen en vinken. Zij peuteren de zaden van de els tussen de harde schubben van de proppen vandaan wat voor hen voedsel is.

 

Geen saaie tijd


Koolmees

Vaak zag ik dat rond ons eigen erf, maar de wallen zijn bijna allemaal gekapt of gerooid, legaal, maar ook illegaal. Dit gaat ten koste van de natuur, met name vogels. Waar die wallen nog wel zijn kun je tot het voorjaar soms hele troepen mezen door de bomen zien trekken. Dat zijn dan vooral koolmezen en pimpelmezen. En met wat meer geluk zwarte, en zelfs staartmezen. De hele winter door zitten er altijd nog zaadjes in de oude elzenproppen. Vlak voor het raam waar ik zit te schrijven staat een prachtige oude berk. Nee, die wordt niet gekapt, die staat op ons eigen erf. Hoe ouder berken worden hoe mooier. Maar wat me nu al opvalt zijn de katjes. Nee, ze bloeien nog niet, maar ze zijn al mooi ontwikkeld en nu in de winterrust. Maar eerder dan de berk zal de els zijn katjes laten bungelen in het prille voorjaar. Die zijn al verder ontwikkeld, en vooral wat de vrouwelijke katjes betreft. Nu er geen bladeren aan de bomen zitten vallen die katjes goed op. Maar ik weet dat er veel mensen zijn die daar nog nooit aandacht aan hebben geschonken. In de nazomer als de bladeren nog groen aan de bomen zitten ontwikkelen deze zich al, maar vallen dan helemaal niet op. Nog verder is de hazelaar. Het is twee dagen voor kerst, de manlijke katjes zijn al vrij fors en reeds zacht aan het worden. De vrouwelijke blijven klein, maar zijn wanneer ze bloeien bijzonder mooi. En vooral met een vergrootglas lijken ze nog mooier. En let eens op, als we geen vorst krijgen staan winterakonieten straks heel vroeg in bloei. Heel mooi, en massaal zijn deze te vinden in het Raerderbosk bij Rauwerd. Soms staan deze prachtige gele bloemen met hele mooie gevormde bladeren te bloeien omgeven door sneeuw. Nee, de winter is beslist geen saaie tijd. Wie oog heeft voor de natuur kan er ook dan volop van genieten.

 
Hans Baron (januari 2004)

«« terug naar overzicht« vorige columnvolgende column »