




Het bestuur van de Vereniging voor Natuurbescherming te Gorredijk (VNB; in die tijd nog Vogelwacht van Gorredijk e.o. geheten) stelde de leden voor om het lidmaatschap van BFVW te beëindigen.
Al geruime tijd leefden de VNB en de BFVW op gespannen voet met elkaar. Het wel of niet meenemen van gevonden eieren lag hier mede aan ten grondslag. De afdeling Gorredijk was van mening dat bescherming van vogels en het zoeken en rapen van eieren niet samen konden gaan. Onder leiding van de toenmalige burgemeester van Opsterland Joost van Bodegom werd nog geprobeerd de zaak te lijmen.
Dit heeft niet tot verzoening geleid. De standpunten lagen teveel uit elkaar om verder te kunnen samenwerken. Het bestuur van VNB bleef standvastig tegen het eierrapen. Een standpunt wat later werd overgenomen door de leden middels stemming op een daarvoor belegde bijzondere vergadering met als enige agendapunt het voorstel om uit te treden uit de BFVW.
Na schriftelijke stemming bleek dat van de 76 aanwezige leden 51 vóór uittreding stemden en 24 tegen, er was één blanco stem. De Gorredijkster vogelwacht – de grootste van Fryslân - ging als zelfstandige wacht verder. Tweeëntwintig leden konden niet verder met deze uitkomst en stapten op. Daarentegen kon de vereniging 51 nieuwe leden bijschrijven. De vereniging telde toen 1252 leden. Op 23 februari 1981 vond de oprichtingsvergadering plaats van de nieuwe zelfstandige afdeling Gorredijk. In december 1981 verscheen het eerste exemplaar van het verenigingsblad Geaflecht.